Waar komt de uitdrukking ergens op aan kunnen vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

Ergens op aan kunnen betekent ‘ergens op kunnen vertrouwen’. Er kan ook van aan worden toegevoegd: ergens van op aan kunnen. ‘Kan ik erop aan dat jij het afmaakt?’ en ‘Kan ik ervan op aan dat jij het afmaakt?’ zijn dus allebei juist.

Deze uitdrukking is een verkorting van ergens op kunnen aangaan. Het werkwoord aangaan betekende hier ‘in een bepaalde richting gaan’. Als je ergens op aan kon gaan, wilde dat zeggen dat je een goed ijkpunt had, zodat je wist dat je op de goede weg zat. Hieruit ontwikkelde zich de figuurlijke betekenis ‘ergens op kunnen vertrouwen’, ‘ervan uit kunnen gaan dat iets goedkomt’.

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vond de variant met van (ergens van op aan kunnen) maar niets. Het vermeldt (in 1882): “Somtijds zegt men: daar kunt gij van op aan, doch dit van is een zinstorend toevoegsel”. ‘Zinstorend’ of niet, ergens van op aan kunnen is een heel gewone variant van ergens op aan kunnen geworden.