Waar komt ergens geen jota van snappen vandaan en wat betekent het?

Wie ergens geen jota van snapt, begrijpt er helemaal niets van.

Ergens geen jota van snappen is ontstaan als verkorting van ergens geen tittel of jota van snappen of ergens tittel noch jota van snappen. De tittel en de jota zijn de allerkleinste Hebreeuwse schriftsymbolen. Een tittel is een klein streepje of puntje boven een letter (ook wel tagin genoemd) en met jota wordt hier de jod bedoeld, de kleinste letter van het Hebreeuwse alfabet. Het gaat dus niet om de Griekse letter jota, zo meldt bijvoorbeeld F.A. Stoett in zijn gezaghebbende spreekwoordenboek.

De uitdrukking heeft een bijbelse achtergrond. In het evangelie van Matteüs (5:17-18) zegt Jezus op zeker moment, in zijn befaamde Bergrede:

Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn.

In eerste instantie ontstond hieruit de formulering niet een jota, of in iets langere vorm niet een jota noch een tittel van de wet, met als betekenis ‘nog niet het allerkleinste teken, nog niet het geringste deel’ zo meldt het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT). Later werd dit geen jota noch tittel of noch tittel noch jota, en daaruit ontstond weer de verkorting geen jota voor ‘helemaal niets’.

Andere uitdrukkingen met tittel en jota

Naast de verkorting geen jota werd vroeger ook weleens de verkorting geen tittel in deze betekenis gebruikt. Het WNT vermeldt verder nog de verouderde uitdrukkingen tot een tittel en tot een jota (toe), die beide ‘tot de kleinste bijzonderheid toe, tot op de laatste kleinigheid’ betekenen.