Waar komt ergens de brui aan geven vandaan en wat betekent het?

Ergens de brui aan geven betekent ‘ergens uit ongenoegen mee ophouden, genoeg van iets hebben’. Ook dingen (zoals apparaten en machines) kunnen er de brui aan geven: ‘De stofzuiger gaf er de brui aan’ betekent dat de stofzuiger het ineens niet meer deed.

Hoe deze uitdrukking precies is ontstaan, is niet helemaal zeker, maar er is mogelijk een verband met een (verouderd) woord brui in de betekenis ‘rommel’. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal geeft het volgende citaat uit 1569: “Smijt den bruy en den bras al te bersten” (‘smijt die rommel en rotzooi kapot’). Een citaat uit 1642 luidt: “ick heb den bruy van ... ” (‘ik vertik het verder om’), en daarin is de huidige uitdrukking al te herkennen. De brui hebben/geven van iets betekende misschien aanvankelijk iets als ‘het hele zooitje opgeven, van zich afschuiven’. Later werd dit ergens de brui aan geven.

Brui in de betekenis ‘rommel’ is mogelijk afgeleid van bruyd/bruid, een oud woord dat ‘spoeling, drek’ betekende. Maar het is ook mogelijk dat brui verwant is met bru (‘brouwsel, soep, brij’).