Waar komt de uitdrukking een zware dobber aan iets hebben vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

Een zware dobber aan iets hebben betekent ‘het moeilijk hebben met iets (bijvoorbeeld een opdracht, een wedstrijd, een examen) of iemand’. Ook de variant een harde dobber aan iets hebben komt voor.

Bij deze uitdrukking moet niet worden gedacht aan de dobber van een visser, maar aan het dobbelen, het dobbelspel. In de zeventiende eeuw was de uitdrukking een qua dobbel hebben in gebruik; qua moet hier gelezen worden als kwade in de betekenis ‘slechte, zware’. Met deze uitdrukking werd aanvankelijk dan ook bedoeld: slecht gooien met de dobbelstenen, veel kans hebben het dobbelspel te verliezen.

Van Dale vermeldde in 1898 (in de vierde druk van dit woordenboek) voor het eerst naast een harde dobbel ook een harde dobber. F.A. Stoett schreef in 1923 nog dat die variant “in de Zaanstreek en elders” voorkwam; kennelijk beschouwde hij een harde dobber niet als standaardtaal. Stoett heeft wel een vermoeden waar deze variant vandaan is gekomen: volgens hem kan “aan een schip (...) gedacht worden, dat in den storm op de baren dobbert”.

In de recentste Van Dale (uitgebracht in 2015) staan nog steeds beide varianten vermeld. In het dagelijkse taalgebruik is een zware/harde dobbel zo goed als uitgestorven.