Waar komt een stem in het kapittel hebben vandaan en wat betekent het?

Een stem in het kapittel hebben betekent ‘inspraak hebben, invloed hebben’.

Kapittel betekent in deze uitdrukking ‘vergadering van katholieke geestelijken’. Het is ontleend aan het middeleeuws Latijnse capitulum. Daarmee werd de dagelijkse bijeenkomst van geestelijken bedoeld, waarbij uit de Heilige Schrift werd gelezen. Een oudere betekenis van capitulum is ‘lezing van een hoofdstuk uit de Bijbel’. Het is het verkleinwoord van caput, dat zowel ‘hoofd’ als ‘hoofdstuk’ kan betekenen.

Oorspronkelijk betekende een stem in het kapittel hebben dat je mee mocht stemmen in het college van kanunniken, van de kerk, van het klooster of van de kloosterorde. Later kreeg het de figuurlijke betekenis ‘mogen meepraten’, en vandaar ‘(ook) een woordje meespreken’, ‘zich laten horen’, ‘invloed hebben’.

Iemand kapittelen

Een verwante uitdrukking is iemand kapittelen: ‘iemand de les lezen’. Deze uitdrukking gaat eveneens terug op kapittel in de betekenis ‘vergadering’. Vroeger werd de vergadering namelijk ook gebruikt om mensen op hun fouten te wijzen. Of zoals dr. F.A. Stoett het in 1923 omschreef: “iemand in het kloosterkapittel over zijn gebreken of zonden ernstig onderhouden”.

Verder is er nog de verouderde uitdrukking op het kapittelbankje zitten voor ‘beschuldigd worden’. Volgens Van Dale (2015) is een kapittelbankje een “bankje in het kapittel, waar een monnik zijn fouten tegen de regel [= de voorschriften voor rooms-katholieke geestelijken] belijdt en zijn straf hoort uitspreken”.