Wat betekent ‘Wat een sof!’ en waar komt deze uitdrukking vandaan?

Als iets een sof is, is het een mislukking en vaak ook een tegenvaller. Je kunt spreken van een sof als je favoriete voetbalclub met 5-0 verliest, of als je vijftig mensen verwacht op een bijeenkomst en er komen er maar drie.

Sof is in het Nederlands terechtgekomen via het Jiddisch. In het Jiddisch betekent het ‘einde’ en ‘tegenvaller’. Het Jiddisch heeft sof weer ontleend aan het Hebreeuws: soph (‘einde, slot’). De betekenis ‘einde’ is in de loop van de tijd veranderd in ‘een slecht einde, een slechte afloop’, waaruit vervolgens de betekenissen ‘tegenslag’, ‘teleurstelling’ en ‘mislukking, tegenvaller’ zijn ontstaan.

Sof kwam (in de betekenis ‘tegenslag’) voor het eerst op schrift voor in de roman Diamantstad van Herman Heijermans uit 1904: “Van me geboorte af ken ’k niks as sof, slecht vrete en zuipe (...).” Tegenwoordig wordt sof vrijwel alleen gebruikt in de betekenis ‘mislukking, tegenvaller’.