Waarom spreken we van een smak geld als we 'veel geld' bedoelen?

Smak betekent in een smak geld 'een grote hoeveelheid'. Het is afgeleid van het werkwoord smakken, dat 'met geweld werpen, smijten (over een korte afstand)' betekent. Wie iets op tafel smakt, smijt dus iets op tafel, bijvoorbeeld omdat hij kwaad is.

De betekenis van het zelfstandig naamwoord smak is van 'het gooien van iets, worp' veranderd in een aanduiding voor datgene wat neergeworpen wórdt, en wel de hoeveelheid of de grootte daarvan. Misschien moeten we bij een smak geld dus eigenlijk denken aan een zak met geldstukken die op tafel wordt gesmeten: dat gebeurt met een flinke smak. Zo kon een smak geld 'veel geld' gaan betekenen.

Ook bom kan 'grote hoeveelheid' betekenen. Daarom kunnen we eveneens spreken van een bom duiten als we het over 'veel geld' hebben. Dit bom is mogelijk een verkorting van bomschuit, dat weer een verkorting is van bodemschuit. Dat was een breed vissersschip met een platte bodem, dat werd gebruikt bij de haringvisserij en de kustvisserij. Een bom duiten betekende mogelijk dus letterlijk iets als 'een vissersschip vol duiten'.