Waar komt een patstelling vandaan?

 

Wie in een patstelling (of patsituatie) is terechtgekomen, bevindt zich bijvoorbeeld in een situatie waarin een overleg muurvast zit. Er is geen uitzicht op een oplossing, omdat iedereen vasthoudt aan zijn eigen opvattingen. Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) is het probleem bij een patstelling vaak dat niemand de eerste wil zijn om een stap te zetten in de richting van een oplossing. Pas als de patstelling wordt doorbroken, is er weer een basis om verder te onderhandelen.

Patstelling en patsituatie gaan terug op de schaakterm pat staan. Dit houdt in dat de schaakspeler die aan zet is, geen enkele zet kan doen. Dit betekent concreet: als hij zijn koning zou verplaatsen, zou die schaak komen te staan (en het is volgens de regels niet toegestaan de eigen koning schaak te zetten), en zijn andere stukken zijn óf allemaal van het bord verdwenen óf ze kunnen ook niet verplaatst worden. Als de speler die aan de beurt is geen zet kan doen, kan de andere speler ook niet meer aan de beurt komen – de schaakpartij moet dus worden beëindigd en de spelers delen het punt (het is dan remise).

Het woord pat gaat terug op het Italiaanse patta (dat ook 'pat' betekent). Waarschijnlijk ligt het Latijnse werkwoord pacisci ('bedingen, afspreken') eraan ten grondslag.