Waar komt de uitdrukking een heilig boontje vandaan en wat wordt ermee bedoeld? 

Een heilig boontje is een schijnheilig persoon. Het is iemand die vaak laat merken hoe goed, vriendelijk, behulpzaam en bescheiden hij of zij is, maar die niet oprecht is - of in elk geval niet oprecht overkomt.

Een heilig boontje is waarschijnlijk een verbastering van een heilig bontje. Met een bontje werd vroeger een weeskind bedoeld dat in een (burger)weeshuis woonde. Deze benaming was ontstaan vanwege de ‘bonte’ kleding die deze kinderen droegen. Daarmee werd bedoeld dat ze kleding met verschillende kleuren hadden. In Utrecht was dat bijvoorbeeld wit met blauw en in Amsterdam zwart met rood. Een heilig bontje betekende eerst ‘een brave, vrome wees’. Deze benaming werd later spottend (ironisch) gebruikt, waarschijnlijk omdat men kinderen uit het weeshuis juist níét zo braaf vond. Toen bontje in de betekenis ‘weeskind’ niet meer werd gebruikt, begrepen de mensen de uitdrukking een heilig bontje ook niet meer. Ze maakten er een heilig boontje van.

Waarom boontje?

Waarom bontje werd vervangen door boontje (en niet bijvoorbeeld botje of bootje) is helaas niet duidelijk. Er kan een verband zijn met de driekoningenboon (ook wel koningsboon genoemd). Dat was de boon die werd meegebakken in het brood of de koek voor het feest van Driekoningen op 6 januari. De persoon die deze (‘heilige’) boon in zijn stuk brood of koek vond, was de koning(in) van het feest. Het op deze manier kiezen van een ‘bonenkoning(in)’ kwam al in de Middeleeuwen voor. Alleen blijkt nergens uit dat deze bonenkoning(in) zélf een ‘heilig boontje’ werd genoemd. 

Er is nog een ‘heilige boon’ die weleens als verklaring wordt genoemd voor de uitdrukking een heilig boontje: de monstransboon. Dat is een witte boon met een rode vlek erop, waarin mensen vroeger een monstrans herkenden. Een monstrans is een gouden of zilveren houder waarin in katholieke kerken een hostie wordt bewaard. Misschien vergeleek men een schijnheilig persoon dus spottend met deze ‘heilige boon’, al is daarvan helaas nergens een bewijs te vinden.