Waar komt een bezem in de mast voeren vandaan en wat betekent het?

Een bezem in de mast voeren betekende 'meester zijn over de zee, de heerschappij over de zeeën hebben'. Je kunt het ook algemener opvatten: 'laten zien dat je de overwinnaar bent'.

Het idee achter deze uitdrukking is dat je de zee had 'schoongebezemd': je had je vijanden/rivalen verslagen. De uitdrukking herinnert aan vroegere eeuwen, toen er geregeld werd gestreden om de heerschappij over de zee. 

Jacob van Lennep vermeldt in zijn Zeemans-woordenboek (1856): “Den bezem op den mast voeren (de zee schoon veegen van zeeroovers of vyandelijke troepen). Deze laatste spreekwijze vond haar oorsprong in een werkelijk gebruik, ook door onze Koopvaarders gevolgd na den oorlog tegen de Hanzesteden in 1433. Zoo zingt Vondel: 'Dan voert hy op den mast een bezem tot een wapen.'”

Admiraal Tromp zou – volgens Engelse geschiedschrijvers – na een overwinning op zee op de Engelsen in 1652 ook een bezem aan de mast hebben laten binden. Zo gaf hij aan dat hij de zee had 'gereinigd' van de Engelse vijand. Of dit echt gebeurd is, is overigens verre van zeker. Op het Nederlandse fregat Zr. Ms. Tromp is desondanks nog steeds een bezem aanwezig als symbool van Tromps overwinning in 1652. Toen het commando van het fregat in 2010 werd overgedragen, gaf de vertrekkende commandant geen vlag of vaandel aan zijn opvolger, maar 'de bezem van Tromp'.

In het spreekwoordenboek van Tuinman (1726) staat “(...) dat de Hollandsche schepen in een oorlog tegen de Oosterlingen bezems op hunne masten voerden, tot een teken, dat zy de zee van zulke roovers wilden schoon vagen.”

In het boek Aaloude en hedendaagsche scheeps-bouw en bestier van Nicolaas Witsen (1690) komt de uitdrukking een bezem aan de mast zetten voor. Dat betekende iets heel anders: 'een schip te koop zetten'.