Waar komt de uitdrukking een adder aan zijn borst koesteren vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

Een adder aan zijn borst koesteren betekent 'aardig voor iemand zijn en dan stank voor dank krijgen; iemand helpen die vervolgens misbruik van je maakt'.

Van Dale (2005) geeft de varianten een adder aan of in zijn boezem koesteren en een slang aan zijn borst, aan of in zijn boezem koesteren.

De zegswijze gaat terug op een fabel van Aesopus. Aesopus (in het Grieks Aisopos) was een Griekse slaaf die leefde van 620 tot 560 v.Chr. Hij is beroemd gebleven om zijn dierfabels. Een dierfabel is een verhaal waarin dieren kunnen praten en handelen als mensen. Meestal bevat zo'n fabel een duidelijke zedenles of moraal.

De zegswijze een adder aan zijn borst koesteren is ontleend aan fabel 97 van Aesopus, die gaat over een boer die een zieke slang vindt. Hij heeft medelijden met het dier en stopt het onder zijn kleding tegen zijn borst om het te verwarmen. Als de slang zich beter voelt, bijt hij de boer. Tuinman noemt in zijn spreekwoordenboek (1726) de variant 'Hy broed[t] [= koestert] een slang in zijnen boezem, die hem ’t hert zal afsteken [= die hem zal doden].' Volgens Tuinman vindt de boer volgens de fabel een verkleumde slang en verwarmt hij het beest tegen zijn borst, waarna het beest hem bijt. Tuinman vervolgt met: “Zulk een loon ontfangen weldoeners al dikwijls, en zelf ouders van hunne ondankbaare kinderen, dat verfoeyelijk is. Dit heeft grond gegeven tot dit spreekwoord: 'Queekt gy kinderen? queekt liever braadverkens: dan hebt gy alle zes weken geld.' Doch dit raakt geen deugdzaame kinderen, die der ouderen eere en blydschap zyn.”