Wanneer gebruik je gebeurd en wanneer gebeurt?

Dat hangt af van de zin waarin je gebeurd/gebeurt gebruikt. In bijvoorbeeld ‘Wat is er gebeurd?’ is gebeurd juist. In ‘Er gebeurt hier altijd wat’ is gebeurt juist. 

Wat is er gebeurd?

In ‘Wat is er gebeurd?’ is gebeurd een voltooid deelwoord. Dat eindigt op een d, omdat er in de verleden tijd gebeurde ook een d zit. In dit zinnetje is wat het onderwerp. De werkwoordsvorm die zich aanpast aan dit onderwerp: is. Dat wil dus zeggen dat is de persoonsvorm is. 

Er gebeurt hier altijd wat

In er ‘Er gebeurt hier altijd wat’ is gebeurt de persoonsvorm. Het onderwerp is altijd wat. Daarom geldt de regel: stam (gebeur) + t = gebeurt. ‘Er gebeurt hier altijd wat’ is dus vergelijkbaar met bijvoorbeeld ‘Er speelt hier altijd wat’ en ‘Er valt hier altijd wat voor.’ Tegenwoordige tijd enkelvoud, dus: stam + t. (Voor wie zich afvraagt welke functie er dan heeft in deze zin: er is hier plaatsonderwerp. Het leidt als het ware het ‘echte onderwerp’ (altijd wat) in.) 

Meer informatie en oefenen