Waar komt de uitdrukking 'De beer is los' vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

'De beer is los' betekent 'er is opschudding/tumult', 'er is ruzie'.

Met de beer in deze uitdrukking is niet het grote roofdier bedoeld, maar een mannetjesvarken. De uitdrukking is nog niet zo oud - ze is vermoedelijk ergens in de negentiende eeuw ontstaan. Een losgebroken varken kan heel wat schade veroorzaken en is moeilijk te vangen. Waarschijnlijk kon de uitroep 'De beer / het varken is los!' daardoor de algemene betekenis 'er zijn problemen', 'we zijn de controle kwijt' krijgen, en vervolgens ook 'er is tumult', 'er is ruzie'.

Rond 1850 was er een liedje bekend dat als volgt begon: 'Van Os, Van Os / den beer is los' (aldus de Nederlandse Liederenbank). In de bundel Nederlandsche baker- en kinderrijmen (1871), samengesteld door Johannes van Vloten, kwam het volgende rijmpje voor:

Moeder, moeder! De beer is los;
Hoor dat dier eens brullen!
Snijd hem neus en ooren af,
Dan hebben wij wat te smullen.

Dat de 'beer' in dit versje een varken is, blijkt uit de derde regel, waarin sprake is van neus en oren. Van varkensneuzen en -oren werden namelijk (en worden nog steeds wel) gerechten gemaakt. Het is niet heel gebruikelijk om van varkens te zeggen dat ze 'brullen', maar ze kúnnen een geluid maken dat er dicht bij in de buurt komt.

Het gebruik van het werkwoord brullen in dit rijmpje heeft ertoe geleid dat de beer in 'De beer is los!' later ook werd opgevat als een aanduiding voor het roofdier: dat brult immers pas écht. In 1941 dichtte Leonhard Huizinga in de Gids:

Moeder, moeder, de beer is los!
Hij stond op de markt, maar nu is hij vrij.
Doe dicht de luiken en de deur.
Misschien komt hij dadelijk hier voorbij.

Huizinga zinspeelt hier op het vroegere gebruik om (brullende, vechtende of dansende) beren op markten en kermissen aan een ketting vastgeketend aan het publiek te tonen. In sommige landen worden beren nog steeds mishandeld om het publiek te vermaken.