Waarom is het motto van het nieuwe regeerakkoord 'Bruggen slaan'? Is 'Bruggen bouwen' niet veel logischer?

 

Een brug bouwen en een brug slaan komen allebei al eeuwen voor in het Nederlands. Van Dale (2005) vermeldt bij brug het voorbeeld een brug over een rivier slaan en ook de uitdrukking een brug slaan tussen ('een verbintenis, relatie leggen tussen'). Het motto van het regeerakkoord is gebaseerd op deze uitdrukking.

In het historische Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) staat bij brug: “eene brug maken, leggen, slaan, bouwen”. Bij slaan staat: “een brug slaan, een brug werpen”, met een citaat uit 1672: “Spanko … hadde een brugh over de Tibisco [= de Tisza, een zijrivier van de Donau] by Tokay [= een stadje in Noord-Hongarije] geslaghen.” Slaan heeft hier volgens het WNT de basisbetekenis 'door uitspreiden, uitstrekken, spannen tot stand brengen'.

Over de figuurlijke betekenis van een brug slaan vermeldt het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006): “twee groepen met elkaar in contact brengen, zodat er wederzijds begrip ontstaat. De brug is hier een symbool voor de uitwisseling van gedachten en ervaringen. De brug verbindt twee werelden die eerder van elkaar gescheiden waren.” 

Ook bruggen bouwen wordt figuurlijk gebruikt; met een bruggenbouwer kan ook een 'bemiddelaar' bedoeld zijn, iemand die partijen nader tot elkaar brengt. Het Latijnse woord voor bruggenbouwer is pontifex. Met deze titel werden de leden van het hoogste priestercollege in het oude Rome aangeduid, en het is ook een titel van bisschoppen en de paus. Een pontifex bouwde 'bruggen' tussen de mens en de goden. Pontifex is afgeleid van pons ('brug') en het achtervoegsel -fex, dat 'maker' betekent (het is afgeleid van facere, 'maken'). Pontifex is in het Latijn ontstaan vanwege “de sacrale betekenis van de oudste brug over de Tiber”, aldus het Etymologisch Woordenboek van Van Dale (1997).