Waar komt de uitdrukking boven zijn theewater zijn vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

Als je boven je theewater bent, ben je aangeschoten of dronken.

Deze uitdrukking is tamelijk jong. Ze wordt gebruikt sinds de negentiende eeuw. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) citeert J. Kneppelhout (1814-1885), die in 1853 schreef over sommige studenten die “altijd boven hun theewater” waren. Waarschijnlijk is boven zijn thee(water) zijn ontstaan als een grappende en ook wat verzachtende manier om te zeggen dat iemand te veel heeft gedronken. Thee, en zeker het water waarmee je thee zet, is immers een zeer onschuldige drank. Vergelijk ook een bakkie te veel op hebben, waarin het onschuldige ‘bakkie’ (kopje koffie of thee) in verband wordt gebracht met dronkenschap. Het voorzetsel boven drukt in boven zijn theewater uit dat een bepaalde grens is overschreden - in dit geval de grens tussen (nog redelijk) nuchter en (erg) dronken.

F.A. Stoett noemt boven zijn thee(water) zijn als variant van de hoogte krijgen (of hebben), waarmee kennelijk iets bedoeld werd als ‘‘voldoende’ gedronken hebben om aangeschoten te raken’. In de uitdrukking ‘Hij drinkt sterke thee’ (‘hij is een liefhebber van sterke drank’) worden thee en alcohol eveneens gelijkgesteld. Volgens het WNT werd thee(water) vaker voor de grap gebruikt in de betekenis ‘sterke drank’.

Een andere variant is boven zijn bier zijn. In de Java-bode van 21 oktober 1857 wordt een dronken Japanner als volgt beschreven: “De goede man was niet zoo als men dat noemt ‘boven zijn bier’, maar wel ‘boven zijn Sakki’. De kruik was bijna geheel ledig, en zijn aangezigt vertoonde al de blijken, dat hij zich in een staat van verhoogd levensgenot bevond.”