Waar komt het spreekwoord ‘Boontje komt om zijn loontje’ vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

‘Boontje komt om zijn loontje’ wordt gebruikt als iemand zijn verdiende straf krijgt. Komt om betekent hier ‘krijgt’. Het spreekwoord drukt een zeker leedvermaak uit en is vergelijkbaar met ‘Eigen schuld, dikke bult.’ In België is ook ‘Loontje komt om zijn boontje’ in gebruik.

Het spreekwoord dateert uit de zeventiende eeuw. Hoewel de herkomst niet helemaal zeker is, vermelden alle naslagwerken dat het waarschijnlijk teruggaat op een sprookje. Spreekwoordendeskundige F.A. Stoett verwijst naar de Klucht van Oene van Jan Vos, waarin het sprookje voor het eerst volledig is opgenomen. Het sprookje is later ook door de gebroeders Grimm opgetekend onder de titel ‘Strohhalm, Kohle und Bohne’.

In de Klucht van Oene zijn een erwtje, een boontje, een strootje en een kooltje vuur (Kooltjevier) samen op pad. Als ze bij een sloot komen waar ze niet overheen kunnen, biedt Strootje aan om over de sloot te gaan liggen, zodat de anderen over hem heen kunnen lopen. Erwtje en Boontje komen veilig aan de overkant, maar als Kooltjevier over Strootje heen loopt, vat Strootje vlam en valt Kooltjevier in het water. Boontje begint vervolgens zo onbedaarlijk te lachen dat zijn buik openscheurt. Dat is zijn ‘loon’ (dus: straf) voor het uitlachen van de anderen. Gelukkig is er een kleermaker in de buurt die Boontje met een mooi zwart draadje weer dichtnaait. Dit sprookje is dus niet alleen de bron van het spreekwoord ‘Boontje komt om zijn loontje’, maar ‘verklaart’ meteen ook waarom bruine bonen een donkere naad hebben.