Waar komt het spreekwoord 'Boontje komt om zijn loontje' vandaan?

'Boontje komt om zijn loontje' wordt gebruikt wanneer iemand zijn verdiende straf krijgt. Komt om betekent hier 'krijgt', aldus dr. F.A. Stoetts Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden; die betekenis vloeit volgens hem voort "uit die van 'komt om te halen', 'weg te nemen'." Het spreekwoord drukt een zeker leedvermaak uit en is vergelijkbaar met 'Eigen schuld, dikke bult.'

Het Spreekwoordenboek van Van Dale vermeldt dat 'Boontje komt om zijn loontje' een van de weinige spreekwoorden is die vrijwel uitsluitend in het Nederlandse taalgebied bekend zijn. Het woordenboek noemt alleen een Afrikaans en een Fries equivalent. België kent het spreekwoord ook in omgekeerde volgorde: 'Loontje komt om zijn boontje.'

Het spreekwoord dateert uit de zeventiende eeuw. Hoewel de herkomst niet helemaal zeker is, vermelden alle naslagwerken dat het waarschijnlijk teruggaat op een sprookje. Stoett verwijst naar de Klucht van Oene van Jan Vos, waarin het sprookje voor het eerst volledig is opgenomen. Het sprookje is later ook door de gebroeders Grimm opgetekend onder de titel 'Strohhalm, Kohle und Bohne'.

In de Klucht van Oene zijn een erwtje, een boontje, een strootje en een kooltje vuur (Kooltjevier) samen op pad. Als zij bij een sloot komen waar ze niet overheen kunnen, biedt Strootje aan om over de sloot te gaan liggen, zodat de anderen over hem heen kunnen lopen. Erwtje en Boontje komen veilig aan de overkant, maar als Kooltjevier over Strootje heen loopt, vat Strootje vlam en valt Kooltjevier in het water. Boontje begint vervolgens zo onbedaarlijk te lachen dat zijn buik openscheurt. Dat is zijn 'loon' voor het uitlachen van de anderen. Gelukkig is er een kleermaker in de buurt die Boontje met een mooi zwart draadje weer dichtnaait. Dit sprookje is niet alleen de bron van het spreekwoord 'Boontje komt om zijn loontje', maar verklaart tevens waarom bruine bonen een donkere naad hebben.