Wat is de verleden tijd van benijden: benijdde of beneed?

Benijdde is juist, bijvoorbeeld in 'Ze benijdde haar vrienden om hun mooie tuin.' De vorm beneed is niet correct.

Het werkwoord benijden ('jaloers zijn op') wordt zwak vervoegd: benijdde - heeft benijd. Daarmee behoort benijden tot een uitzonderingscategorie. De meeste werkwoorden met een lange ij zijn namelijk sterk. Bijvoorbeeld: bijten - beet, kijken - keek, rijden - reedstijgen - steeg.

Dat benijden zwak is, hangt samen met de herkomst van dit werkwoord. Benijden heeft namelijk het zelfstandig naamwoord nijd als basis; het betekende oorspronkelijk '(iets) niet kunnen verdragen, zich ergeren'. Werkwoorden die zijn afgeleid van een zelfstandig naamwoord worden bijna altijd zwak vervoegd. Vergelijk: vijlen - vijlde (afgeleid van vijl), bedijken - bedijkte (afgeleid van dijk) en aanlijnen - lijnde aan (afgeleid van lijn). Ook werkwoorden die zijn afgeleid van een bijvoeglijk naamwoord zijn meestal zwak: bevrijden - bevrijdde (van vrij) en verblijden - verblijdde (van blij).