Waar komt de uitdrukking Barbertje moet hangen vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

Barbertje moet hangen betekent ‘íémand moet de schuld krijgen, of hij/zij het nu gedaan heeft of niet’.

De uitdrukking is ontleend aan het motto van de Max Havelaar (1860), het beroemde boek van Multatuli. Dat motto begint met de volgende dialoog:

 

GERECHTSDIENAAR
Mynheer de rechter, daar is de man die Barbertje vermoord heeft.
RECHTER
Die man moet hangen. Hoe heeft hy dat aangelegd?
GERECHTSDIENAAR
Hy heeft haar in kleine stukjes gesneden, en ingezouten.
RECHTER
Daaraan heeft hy zeer verkeerd gedaan. Hy moet hangen.

 

Uit dit citaat wordt duidelijk dat de uitdrukking eigenlijk verkeerd geciteerd is: het is juist Barbertje die vermoord zou zijn, en haar mán moet daarvoor hangen. (Even later komt Barbertje zelf opdagen (springlevend en kerngezond), maar haar man moet volgens de rechter toch “hangen”, op beschuldiging van “eigenwaan”.)

Wanneer de persoonsverwisseling in Barbertje moet hangen is ontstaan, is niet bekend. Het oudst bekende voorbeeld dateert van 12 juli 1879 en stond in het Soerabaijasch handelsblad.

Een barbertje

Er is ook een woord vernoemd naar deze uitdrukking: een barbertje is een mandje dat je onder een kastplank kunt hangen (meestal om sokken in te doen). In 1968 stond deze advertentie in het Algemeen Dagblad: “Tomado ‘Barbertje’. Kasthangmand. Schuift u in ’n wip op plank. Geen geschroef, geen gespijker, geen geplak. Ruimte voor linnengoed, truitjes, zakdoeken, kousen en ga maar verder.”