Wat betekent ‘Al te goed is buurmans gek’ en waar komt deze uitdrukking vandaan?

‘Al te goed is buurmans gek’ kun je gebruiken om uit te drukken dat je niet té aardig moet zijn, omdat er altijd mensen zijn die daar misbruik van maken. Tegenwoordig zouden we zeggen: ‘Het is mooi om af en toe iets voor een ander te doen, maar bewaak je grenzen!’ of ‘Zeg op tijd nee!’

Buurman had vroeger een algemenere betekenis dan nu. Er werden niet alleen naaste buren mee bedoeld, maar ook mensen die in dezelfde buurt van een stad of dorp woonden. Als je al te goed bent, ben je ‘té goed’. Je staat áltijd klaar voor iedereen in de buurt. Daardoor loop je het risico dat je het slachtoffer wordt van mensen die erop uit zijn je zo veel mogelijk voor hen te laten doen, zonder dat ze jou echt waarderen. Je bent in hun ogen niet meer dan een ‘gek’: iemand van wie ze misbruik kunnen maken.

Er zijn veel varianten van deze uitdrukking in omloop (geweest): ‘Al te goed is andermans gek’, ‘Al te goed is andermans bloed‘ (bloed betekent hier ‘sukkel’), ‘Al te goed is half gek’, ‘Al te goed is allemans zot’, ‘Al te goed is half zot.’ Carolus Tuinman vermeldt de uitdrukking ook al in zijn spreekwoordenboek uit 1726: ‘Al te goed, is zyn nabuurs gek.’ Hij trekt een vergelijking met de uitdrukkingen ‘Wie van zichzelf een schaap maakt, wordt door de wolf gegeten’ en ‘Wie zich onder de draf [= afval, varkensvoer] mengt, wordt door de varkens opgegeten.’