Zijn er inhoudelijke verschillen tussen de gecursiveerde woorden in de zinsnede 'Bij afwezigheid, ontbreken of ontstentenis van de voorzitter ...', die vaak worden gebezigd in de statuten van bijvoorbeeld een vereniging?

Als we de definities van deze drie woorden vergelijken, lijken ze op het eerste gezicht vrijwel synoniem. Toch blijkt vooral uit het woordenboek van Koenen dat er wel kleine betekenis- of gebruiksverschillen zijn:

  • afwezigheid: 'het niet aanwezig zijn';
  • ontbreken: 1) 'mankeren, niet voorhanden zijn'; 2) 'niet aanwezig zijn';
  • ontstentenis: 'gemis, gebrek, het niet voorhanden zijn'; bij - van de burgemeester, als de burgemeestersplaats vacant is.

Bepalingen in statuten moeten juridisch waterdicht zijn. Afwezigheid is in z'n eentje een te vaag begrip om naar de verschillende vormen van afwezig zijn te kunnen verwijzen. Afwezigheid door ziekte is iets anders dan afwezigheid doordat de functie van voorzitter vacant is. Met drie verschillende woorden kunnen we preciezer de verschillende omstandigheden specificeren waarvoor het bepaalde geldt.

Waar deze drie termen in juridische zin precíes betrekking op hebben, hebben we helaas niet kunnen achterhalen - ook niet via de juridische woordenboeken. We veronderstellen dat het bijvoorbeeld om het uitdrukken van de volgende verschillen gaat:

  • afwezigheid: niet aanwezig (met kennisgeving);
  • ontbreken: mankeren: er is helemaal geen voorzitter benoemd;
  • ontstentenis: de voorzittersfunctie is vacant.