Print deze pagina

Deze keer / dit keer / deze maal / ditmaal

Wat is juist: 'Dit keer kwam hij op tijd', 'Deze keer kwam hij op tijd', 'Ditmaal kwam hij op tijd' of 'Deze maal kwam hij op tijd'?

Op zichzelf zijn al deze zinnen mogelijk. Dit keer, deze keer en ditmaal zijn alle drie heel gebruikelijk; deze maal is minder gewoon. Dit keer komt op sommige taalgebruikers wat informeel over; veel mensen hebben geleerd dat deze keer en ditmaal beter zijn. 

Keer is een de-woord; het is bijvoorbeeld de eerste keer, en niet het eerste keer. Bij de-woorden horen de aanwijzende voornaamwoorden deze en die; dat pleit voor deze keer en die keer. We zeggen bijvoorbeeld 'Nou vooruit, voor déze keer dan' en 'Ik heb me die keer laten overhalen om mee te gaan in de achtbaan.' Dit en dat worden gebruikt bij het-woorden (onzijdige woorden): dit paard, dat huis. Zinnen als 'Nou vooruit, voor dit keer dan' en 'Ik heb me dat keer laten overhalen' zijn onjuist. 

Toch is dit keer soms ook mogelijk. Het is namelijk een heel gewone vaste uitdrukking in de betekenis 'bij deze gelegenheid', 'nu'. Dit keer komt al meer dan twee eeuwen in deze betekenis voor en lijkt de laatste decennia zelfs iets gebruikelijker te zijn dan deze keer. Vermoedelijk heeft het synoniem ditmaal het ontstaan van dit keer bevorderd. Maal is oorspronkelijk onzijdig: het was het maal, en daarom ook dit maal (later aaneengeschreven: ditmaal). Tegenwoordig is maal meestal een de-woord; denk aan voor de laatste maal. Ook deze maal komt weleens voor, maar ditmaal is nog steeds de gebruikelijkste vorm. Dit keer en ditmaal zijn dus vaste uitdrukkingen geworden respectievelijk gebleven in de betekenis 'bij deze gelegenheid', 'nu'. 

Verwante adviezen

Trefwoorden

laatste wijziging: 21-07-2014
terug
aprilnummer

taalboekenwinkel