Wat betekent aan Bacchus offeren en waar komt deze uitdrukking vandaan?

Aan Bacchus offeren betekent ‘veel wijn (soms ook andere alcoholische dranken) drinken’, ‘flink dronken worden’. 

Bacchus is in de Romeinse mythologie de god van de wijn en de dronkenschap. In de Griekse mythologie heet hij Dionysus. Aan Bacchus offeren betekent dus dat je deze god eer bewijst door zijn ‘uitvinding’ (de wijn) in flinke hoeveelheden te drinken.

Wie was Bacchus?

Bacchus was de zoon van de oppergod Jupiter en Semele, een koningsdochter. Toen Semele zwanger was van Bacchus, werd zij (min of meer per ongeluk) gedood door Jupiters bliksem. Jupiter redde het ongeboren kind en verborg het in zijn dij. Een paar maanden later kwam Bacchus ter wereld. Jupiter liet de nimfen van het land Nysa hem opvoeden.

Toen hij volwassen was, plantte Bacchus op een dag een wijnstok. De drank die daaruit voortkwam, viel bij hem en zijn opvoedsters erg in de smaak. Ook anderen wilden de nieuwe drank graag proeven. Zo ontstond een optocht van volgelingen (‘bacchanten’), waarmee Bacchus de wereld over trok. Ze wilden de hele mensheid laten kennismaken met de wijnbouw.

Bacchus was niet alleen de god van de wijn, maar ook van de zich altijd weer vernieuwende na­tuur. Hij was ook de god van het enthousiasme en de inspiratie, vooral op het gebied van de poëzie en de muziek. ­Maar wie zijn per­soon of ere­dienst bespotte, strafte hij met krankzinnigheid.

Bacchanaal

Een bacchanaal was eigenlijk een feest ter ere van Bacchus, maar al eeuwen geleden kreeg het de betekenis ‘feest waarbij iedereen zich te buiten ging aan drank en seks’. Tegenwoordig is het meestal een ironisch woord voor een (vermeend) drinkgelag. 

Een bacchant/bacchante was oorspronkelijk ‘een volgeling(e) van Bacchus’, maar werd een aanduiding voor iemand die enorm dronken werd en zich daarbij schaamteloos wellustig gedroeg. Dit woord komt nu nog maar weinig voor.