Denk aan juffrouw Scholten,
die is vandaag gesmolten,
helemaal gesmolten, op de Dam.
Dat kwam door de hitte,
daar is ze in gaan zitten

Toen wij deze zomer op het heetst van de hittegolf op Facebook vroegen hoe u de warmte zou omschrijven, werd ook het gedicht ‘Pas op voor de hitte’ van Annie M.G. Schmidt ingezonden, waarin een vrouw in de zon als een pakje boter smelt in Amsterdam.

Ook verder ontvingen we verrassende antwoorden. Tijdens de hitte zouden we niet alleen “eieren op straat kunnen bakken” maar ze ook “in iemands reet kunnen koken”. In de “pleurishitte” zouden de kippen zelfs “gekookte eieren leggen”. Kennelijk gaan bezigheden uit de keuken goed samen met het weer. Niet alleen eten wordt gaar, de mensen blijkbaar ook.

Als de hersenen het kookpunt bereiken, werkt dat “intelligentiequotiëntverlagend”. En als iemand schrijft dat “deze hitte je leert te onthaasten”, dan is dat eigenlijk alleen een eufemistische manier om te zeggen dat het lichaam te langzaam is om nog naar behoren te functioneren.

En dan zijn er hitte-woorden met versterkende voorvoegsels, zoals bloedheet, moordend heet en bloedverziekend heet.

Nu maar hopen dat het niet snel meer zó warm wordt als toen, want “altijd zonneschijn schept een woestijn”. Of om met het advies van Annie M.G. Schmidt af te sluiten:

Laten we met de hitte
overal gaan zitten ...
maar vooral niet op de Dam.

~~~~~~

Dit stukje is geschreven door Klara Beetz (uit Duitsland) en Paula Tare (uit Letland), die in hun eigen land Nederlands studeren en tijdens een zomerschool een paar dagen stage liepen bij Onze Taal.