Er bestaan kunstmatige talen met een praktisch doel, zoals het Esperanto. Maar er zijn ook talen bedacht die geen enkel ander nut hebben dan plezier (en troost) bieden aan taalliefhebbers. Het aanstekelijke Toki Pona is zo’n taal.

Tekst: Marc van Oostendorp
Illustraties: Max Kisman

Moe van het stampen van Hongaarse naamvallen, de intensieve cursus Zakelijk Frans, de nooit helemáál geslaagde pogingen zich nauwkeurig in de moedertaal uit te drukken, wil ook de taalliefhebber zich weleens vertreden. Even een taal die geen enkel aantoonbaar nut heeft, die alleen maar leuk, mooi en grappig is. Waarmee je niet hoeft te communiceren, waarin je geen diepzinnige gedachten hoeft te ontcijferen, waarin je niet hoeft uit te blinken of waarin je je zelfs maar verstaanbaar hoeft te maken.

Sinds ruim twintig jaar bestaat daarvoor het Toki Pona, de liefste, de mooiste en de grappigste taal die er is. Een taal waarin het onmogelijk lijkt knallende ruzie te maken, en waarin nog nooit een bedreiging of oersaaie toespraak is geformuleerd. Het Toki Pona sprankelt en nodigt uit om ’s nachts, als je de slaap niet kunt vatten, na te gaan hoe je je gedachten kunt formuleren in deze bijzondere kunsttaal, en te horen hoe dat klinkt – zodat je alsnog indommelt met klanken op je lippen die verder niemand verstaat.

Elegant

De bedenkster van het Toki Pona, de Canadese taalkundige en vertaalster Sonja Lang (1978), had oorspronkelijk weinig concrete bedoelingen met haar taal. Ze kampte rond de eeuwwisseling met sombere gedachten en maakte voor zichzelf een ‘minimalistische’ taal, waarin ze met zo min mogelijk middelen de dingen kon zeggen waar het écht om ging. Een taal met slechts negen medeklinkers en vijf klinkers, met nauwelijks een grammatica, en met maar 123 woorden. Een taal als een Japanse tuin waarvan de eenvoud je uitnodigt om tot rust te komen.

Er zijn meer lieden die hun eigen taal in elkaar knutselen, maar van de meeste van die talen wordt nooit iets vernomen buiten de zolder waar ze zijn ontstaan. Lang plaatste een beschrijving van haar taal op het internet, en merkte tot haar verbazing dat andere mensen het Toki Pona zó elegant vonden dat ze het wilden leren. Er ontstond een kleine gemeenschap, die in de afgelopen twintig jaar gegroeid is tot enkele duizenden sprekers wereldwijd: genoeg voor Lang om een leerboek en een woordenboek van haar taal te maken.

Kwaliteit

Die woordenschat is uitgekiend. Hij is in de afgelopen twintig jaar weliswaar iets gegroeid – er zijn nu 137 ‘officiële’, door Sonja Lang goedgekeurde woorden – maar met zo’n tempo kun je niet eens ieder jaar een ‘woord van het jaar’-verkiezing organiseren. Als je even doorbijt, ben je dan ook in een paar dagen klaar met het leren van de hele woordenschat. De kunst is alleen om die woorden zó te gebruiken dat je kunt uitdrukken wat je wilt.

De reden dat dit überhaupt lukt, is dat die woorden bijna allemaal een algemene, vage betekenis hebben. Toki betekent bijvoorbeeld ‘taal’, maar ook ‘communicatie’, en ‘praten’, en eigenlijk al die dingen tegelijkertijd; aan het begin van een gesprek gebruiken mensen het bovendien ook nog als ‘hoi’. Op dezelfde manier betekent pona ‘goed’, ‘kwaliteit’, ‘vriendelijk’ en ‘eenvoud’. Toki pona betekent dus ‘goede taal’ maar ook ‘vriendelijke taal’ en ‘eenvoudige taal’: eenvoud en kwaliteit zijn hetzelfde. En in de juiste context betekent toki pona ook ‘vriendelijk praten’, want ieder woord kan als zelfstandig naamwoord, als werkwoord, als bijvoeglijk naamwoord of zelfs als voorzetsel functioneren.

Ronde vrucht

Die afhankelijkheid van de context is essentieel voor het Toki Pona. Er is maar één woord voor ‘vrucht’ of ‘fruit’: kili. Wanneer je het over een sinaasappel wilt hebben, kun je bijvoorbeeld zeggen: ‘oranje vrucht’. Een complicatie is dan dat er ook geen woord voor ‘oranje’ bestaat. Je moet dus iets zeggen als ‘geelrode vrucht’: kili pi loje jelo, letterlijk: ‘vrucht van geelachtig rood’. Alleen ben je er dan natuurlijk nog niet als je deze wilt onderscheiden van een mandarijn.

Het is dan ook meestal niet de bedoeling dat je zo precies probeert te zijn. Als je het een beetje uitprobeert, is het verbazingwekkend hoe vaak je eigenlijk kunt volstaan met alleen ‘vrucht’. Dat is precies wat Lang wilde maken: een taal zonder ballast. Als er geen mandarijnen zijn, zeg je ‘geelrode vrucht’, als je alleen mandarijnen en sinaasappels met elkaar vergelijkt, zeg je ‘de grote ronde vrucht’. Wanneer je Toki Pona spreekt, praat de context altijd mee.

Toki Pona leren

Op haar website tokipona.org biedt Sonja Lang twee boeken aan, beide in het Engels. Het eerste is het leerboek Toki Pona. The Language of Good uit 2014; het tweede het woordenboek Toki Pona Dictionary, dat vorig jaar verscheen. Beide boeken kunnen ook bij de Nederlandse of Vlaamse boekhandel worden besteld. Overigens zijn er op internet ook allerlei gratis (video)cursussen te vinden.

Netelan

Het internet is het huis van het Toki Pona. De taal heeft geen eigen land en het heeft ook, anders dan bijvoorbeeld het Esperanto, niet de ambitie om de wereld te veroveren. Weliswaar is er een versie van de taal gemaakt die wél een wereldtaal kan zijn (Toki Ma – met meer woorden en een complexere grammatica), maar de meeste sprekers is het daar niet om te doen. Toki Pona is een taal voor mensen die zin en gelegenheid hebben om er tijd aan te besteden. Die mensen hebben vrijwel allemaal een Toki Pona-pseudoniem, zodat je nauwelijks weet wie erachter zit.

Dat pseudoniem begint altijd met jan (‘persoon’), en daarna komt de eigennaam, maar dan met de veertien letters die zijn toegestaan in het Toki Pona, en in de eenvoudige lettergreepstructuur van de taal die inhoudt dat klinkers en medeklinkers elkaar afwisselen. Ik heet dan niet Marc, maar bijvoorbeeld jan Maku, ‘Marc-persoon’. Nederland wordt meestal ma Netelan genoemd; ma betekent ‘aarde’ of ‘land’. Eigennamen zijn de enige woorden die met een hoofdletter beginnen; ook het begin van een zin schrijf je klein.

Het goede schrift

Toki Pona wordt meestal in Romeins schrift geschreven, maar er zijn alternatieven. Verderop op deze pagina staat een voorbeeld van een op het Maya-schrift geïnspireerd systeem. Sonja Lang bedacht een schrift dat meer lijkt op hiërogliefen of Chinese karakters – behalve dat er natuurlijk niet zo veel verschillende tekens nodig zijn. Wie Chinees wil leren lezen, moet minstens vijfduizend verschillende karakters leren kennen; voor Toki Pona kun je met 137 volstaan. Het wordt ‘sitelen pona’ genoemd, ‘goed schrift’.

De tekens hebben vaak een vorm waaruit je vagelijk de betekenis kunt afleiden. Dit is het teken voor toki (‘spreken’):

 

 

En dit is het teken voor pona (‘goed’):

 

 

Je kunt tekens ook combineren: een bijvoeglijk naamwoord kun je binnen het teken van een zelfstandig naamwoord tekenen. Het woord voor toki pona is tot een logo van de taal geworden:

 

 

Gemoedelijke sfeer

Ik ken geen andere taalgemeenschap waarin de sfeer zo gemoedelijk is: hier geen twist over wie de taal nu eigenlijk het best spreekt, wat een woord precies betekent of hoe je het schrijven moet. Ook Sonja Lang wekt niet de indruk dat zij het allemaal beter weet. Wat mensen in het Toki Pona maken, doen ze voor hun genoegen. Er is iemand die kookvideo’s op YouTube zet, en iemand die een vlog heeft over het wereldnieuws (kalama sin, ‘nieuw geluid’). Er bestaat ook een tijdschrift, lipu tenpo: lipu betekent onder andere ‘boek’, ‘blad papier’ of ‘magazine’ (want waarom zou je daar verschil tussen maken), tenpo is tijd.

In dat – gratis als pdf uitgegeven – blad vind je artikeltjes over de verkiezingen in Duitsland of over vaccins (telo pi pona sijelo, ‘vocht voor lichamelijk welbevinden’). En er zijn zelfs gedichten. Poëzie staat in iedere taal al buiten de dagelijkse werkelijkheid. De gedachte dat mensen gedichten schrijven in een taal waar ze meer moeite voor moeten doen dan hun moedertaal en die slechts een handjevol andere mensen begrijpen, maakt mij gelukkig. Gedichten in een taal die niemand begrijpt: dat is de ware poëzie.

Een zo’n gedicht in lipu tenpo, van een zekere jan Alonola, begint als volgt:

tenpo kama la mi lon
jan li ken lukin e kon
telo kiwen li tawa anpa
palisa seli li lon supa

Hier staat ongeveer: ‘In de toekomst ben ik hier. / Mensen kunnen naar de lucht kijken. / Hagel (letterlijk: steenvocht) valt naar beneden. / Kaarsen (vuurstokken) staan op tafel.’ Bijzonder is dat het gedicht in het tijdschrift ook nog is weergegeven in een bijzonder, op het Maya-schrift gebaseerd schriftsysteem. Bovenstaande vier regels zien er dan zo uit (iedere regel is een blokje).

 

 

 

 

 

Het gedicht is dus tegelijkertijd een schilderijtje. Er zijn trouwens meer schriftsystemen. Zo bedacht Sonja Lang zelf een schrift dat meer lijkt op Egyptische hiërogliefen. Iemand heeft zelfs een manier bedacht om Toki Pona met emoji te schrijven. Er bestaan veel meer dan 137 emoji, dus dat kan gemakkelijk – je hebt alleen een manier nodig om al die eigennamen, zoals jan Maku en ma Netelan, op te schrijven.

Wasbeer

De woorden van het Toki Pona komen uit een verrassende groep talen. Het Nederlands hoort daar op de een of andere manier ook bij: lape betekent ‘slapen’, loje ‘rood’ (het komt van rooie) en akesi ‘akelig dier’ (het komt van hagedis). Andere woorden komen uit het Fins, het Chinees, Inuit-talen, het Swahili, het Kroatisch en het Engels (de telwoorden wan, tu).

Overigens is de woordenschat speels samengesteld. Hoewel de meeste woorden vaag zijn, zijn er een paar met juist een heel specifieke betekenis. Er is bijvoorbeeld een woord voor ‘wasbeer’, dat ook nog eens onwerkelijk lang is: kijetesantakalu. En er is een woord voor ‘je moedertaal spreken in een gezelschap van Toki Pona-sprekers’: kokosila.

Er zijn in de loop van de geschiedenis meer mensen geweest die zich tot doel stelden een zo eenvoudig mogelijke taal te maken. Een bekend voorbeeld was ‘Basic English’ van de Brit Charles Ogden (1889-1957), die de woordenschat van het Engels beperkte tot 850 woorden, en ook de grammatica van de taal vereenvoudigde. Ogdens bedoeling was om een versie van het Engels te maken die gemakkelijker zou zijn voor internationaal gebruik – hij leefde nog in een tijd waarin niet iedereen geloofde in het Engels als wereldtaal.

Het verschil is dat Ogden nog steeds een taal zocht waarin je alles precies kon uitdrukken. In Basic English zeg je niet ‘auto’, maar ‘klein landvoertuig om passagiers te vervoeren’. In het Toki Pona is er geen vaste betekenisomschrijving van het woord auto. Je kunt tomo tawa gebruiken (ongeveer ‘vervoershuis’) als je praat uit het perspectief van de bestuurder, maar ook tomo kiwen (ongeveer ‘steenhuis’) als je praat als voetganger.

Goede verstaander

Het Basic English is makkelijk te begrijpen – er zijn geen moeilijke woorden, ieder begrip wordt uitgedrukt met een omschrijving. Maar daardoor is het ook lastig te spreken: je moet steeds precies bedenken hoe je een en ander nu weer ondubbelzinnig kunt beschrijven. In het Toki Pona is dat andersom. Het is een taal voor de goede verstaander, die bijna letterlijk aan een half woord genoeg heeft.

Het bestaansrecht van het Toki Pona ligt nog steeds waar Sonja Lang het ooit legde: door je gedachten in een minimalistische taal te formuleren, dwing je jezelf te bedenken waar het je nu eigenlijk om te doen is. Dat is een spel, waarvan de uitkomst eigenlijk altijd winst is, een vorm van meditatie die ook nog iets oplevert: een mooie zin die je zelf in ieder geval begrijpt. Het is een privétaal die je met een paar duizend anderen over de hele wereld deelt en een vorm van kunst die je voor de duur van die ene zin verzoent met het bestaan. We kunnen best een taal gebruiken die troost.


De 137 woorden van het Toki Pona

De woorden in het Toki Pona kunnen als zelfstandig naamwoord, als bijvoeglijk naamwoord en als werkwoord worden gebruikt. De omschrijvingen erachter zijn geen definitie, maar een algemene aanwijzing van wat het woord ongeveer betekent.

a ah! oh!

akesi akelig dier

ala niets

alasa jagen

ale alle

anpa beneden

ante anders

anu of

awen wachten

e lijdend voorwerp

en  en

epiku geweldig

esun  markt

ijo  iets

ike  slecht

ilo  instrument

insa  binnenkant

jaki  vies

jan  persoon

jasima  spiegel

jelo  geel

jo  hebben

kala  zeedier

kalama  geluid

kama  toekomst

kasi  plant

ken  kunnen

kepeken  met

kijetesantakalu  wasbeer

kili  fruit

kin  ook

kipisi  snijden

kiwen  hard

ko  halfzacht materiaal

kokosila  je moedertaal spreken in een gezelschap van Toki Pona-sprekers

kon  lucht

ku  verband houdend met het officiële Toki Pona-woordenboek

kule  kleur

kulupu  groep

kute  luisteren

la  in de context van

lanpan  pakken

lape  slapen

laso  blauw/groen

lawa  hoofd

leko  (bouw)steen

len  kleding

lete  koud

li  onderwerp

lili  klein

linja  dun lang ding

lipu  papier

loje  rood

lon  in

luka  hand

lukin  zien

lupa  gat

ma  land

mama  ouder

mani  geld

meli  vrouw

meso  midden

mi  ik/wij

mije  man

misikeke  medicijn

moku  eten

moli  dood

monsi  achterkant

monsuta  monster

mu  diergeluid

mun  maan

musi  grappig

mute  veel

n  hm

namako  pittig

nanpa  nummer

nasa  gek

nasin  weg

nena  uitsteeksel

ni  dit

nimi  naam

noka  been

o  aanroep

oko  oog

olin  liefde

ona  hij/zij/hen/het

open  openen

pakala  kapotmaken

pali  doen

palisa  lang hard voorwerp

pan  graan

pana  geven

pi  van

pilin  gevoel

pimeja  donker

pini  einde

pipi  insect

poka  naast

poki  doos

pona  goed

pu  te maken hebbend met het officiële Toki Pona-leesboek

sama  hetzelfde

seli  warmte

selo  buitenkant

seme  wat/wie/welk

sewi  hoog

sijelo  lichaam

sike  cirkel

sin  nieuw

sina  jij/u/jullie

sinpin  voorkant

sitelen  tekening

soko  paddestoel

sona  kennis

soweli  (zoog)dier

suli  groot

suno  zon

supa  horizontaal vlak

suwi  snoep

tan  omdat

taso  enkel

tawa  bewegen

telo  vloeistof

tenpo  tijd

toki  taal

tomo  constructie

tonsi  non-binair

tu  twee

unpa  seks

uta  mond

utala  conflict

walo  wit

wan  één

waso  vogel

wawa  energie

weka  afwezig

wile  willen/kunnen/moeten

 

 


Dit artikel uit het februari/maartnummer van Onze Taal bieden we u gratis aan.

Wilt u meer artikelen lezen? Overweeg dan lid te worden van Onze Taal. Daarmee ontvangt u niet alleen ons tijdschrift, maar u helpt ons ook om plezier in en informatie over taal verder te verspreiden.