Sylvia Witteman schrijft iedere maand over de taal om zich heen – hieronder haar column uit het februari/maartnummer van Onze Taal.

Halen

Omdat ik jegens mijn kinderen geen al te oud zeikwijf wil zijn (lijken / blijken / schijnen / heten / dunken / voorkomen), probeer ik me meestal in te houden als ze mijn geliefde Nederlandse taal weer eens verkrachten (plunderen / roven / brandschatten).

Dus zeg ik er niets van wanneer ze ten onrechte de onvoltooid verleden tijd gebruiken in plaats van de voltooid tegenwoordige tijd. “Ik kreeg die jonko van Bickel” moet natuurlijk zijn ‘Ik heb die jonko van Bickel gekregen.’ Ook probeer ik mijn kiezen op elkaar te houden bij hun lelijke, luie anglicismen (“Bro, beter ga je die scooter dubbel op slot zetten”), en ook wat die straattaal betreft (“Hij simpt zo hard over die bitta”) laat ik ze maar, al klinkt het allemaal vrij bespottelijk, onder al die juristen- en artsenkindertjes met hockeyklemmen aan hun VanMoof-fiets.

Ja, alles kan ik verdragen (het verdorren van bonen, stervende bloemen), maar dat onjuiste gebruik van het woord halen, nee. (“Hee bro, ik heb omin doekoe, ga mee die leipe patta’s halen, dan.”)

“Hálen?”, krijs ik dan. “Kópen zul je bedoelen! Die leipe patta’s (begerenswaardige sportschoenen – SW) kosten 150 euro. Met het woord halen suggereer je ten onrechte dat ze gratis zijn. Dat komt heel onsympathiek over, patjepeeërig, en bovendien onoprecht, want 150 euro is veel geld voor jou, daar heb je twee volle dagen voor moeten werken. Er hangt ook een zweem van misdaad aan dat halen. Alsof je die schoenen meeneemt zonder ze te betalen.”

Mijn zoon keek me glazig aan terwijl ik verder ratelde. “Niks halen dus, jongen. Twee emmertjes water, ja, of een nat pak, of ouwe koeien uit de sloot, of de koekoek, of de gezegende leeftijd van 110 jaar, bakzeil, een frisse neus, de woorden uit de mond, een oud paard van stal, het vel over de oren, het bloed onder de nagels vandaan, de krenten uit de pap, door een ringetje, een wit voetje, dát kun je allemaal halen. Maar schoenen van 150 euro, nee.”

“Het zal wel, mama”, zei hij. “Jammer voor je dat jij je in je jeugd zó dood verveelde dat je van ellende alle Nederlandse spreekwoorden en gezegden uit je hoofd geleerd hebt. Ik heb tenminste een leven. Ik ga nu weg, met Bickel die patta’s ‘koooooooopen’, heb je nu je zin?”

“Goed zo, jongen”, zei ik. “O, kun je op de terugweg even een pak melk halen?”

Die blik in zijn ogen.

 


Word lid van Onze Taal

Deze column uit het februari/maartnummer van Onze Taal bieden we u gratis aan.

Lidmaatschap
Is taal ook voor u belangrijk? Overweeg dan lid te worden van Onze Taal. Daarmee ontvangt u niet alleen tienmaal per jaar ons tijdschrift, maar u helpt ons ook om plezier in en informatie over taal verder te verspreiden.