Als columnist heb ik veel vrije tijd. Dienovereenkomstig, om dat woord maar eens te gebruiken, heb ik ook veel hobby’s. Een van die hobby’s is etymologie – waar komen woorden vandaan? Dat kunnen bestaande woorden zijn, maar ook niet-bestaande, nieuwe woorden. Als je weet waar woorden vandaan komen, snap je immers ook iets meer van hun betekenis. Hier een paar voorbeelden.

Wat is de oorsprong van het woord vardigeren? Veel mensen gaan tegenwoordig vardigeren, maar wat doen ze dan eigenlijk? Vardi uit vardigeren komt uit het Latijn en betekent ‘pipet’, en geren is een oude werkwoordstam en betekent ‘opglanzen’. Als iemand dus zegt: ‘Sorry jongens, ik ga even op mijn kamer zitten vardigeren’, dan gaat zo iemand dus eigenlijk zijn (of haar) pipet opglanzen.

En wat is de oorsprong van het woord sprenofunt? Je komt het steeds vaker tegen in chatgroepen, en tieners praten er eindeloos over op de socials. Sprenofunt is een samenstelling van spreno, een verzamelnaam voor nagelrestanten en huidschilfers na het vervellen, en funt komt uit het Frans en betekent ‘residu’ (letterlijk: dat wat overblijft na het afgieten/zeven), dus als een jong persoon binnen een chatgemeenschap laat weten: ‘Ik stop NU de sprenofunt in het gareel’, dan is zo iemand bezig om zijn of haar huidschilfers na een zeefproces in het gareel te stoppen. Veel ouders die meelezen, denken dat het misschien iets seksueels zou kunnen betekenen, maar het gaat hier echt om het afvoeren van stukjes afgestorven huid onder jongeren.

Etymologie kun je uiteraard ook toepassen op uitdrukkingen of zegswijzen. Wat betekent bijvoorbeeld ‘een flinke zeig in de karwijn dampen’, waar je ambtenaren nogal eens over hoort pochen op cocktail- of haringparty’s? Zeig is Oudnederlands voor een lende die zonder bijvangst in de smoor is geruld. Dampen komt in deze betekenis uit het Papiaments (dampon) en betekent ‘iets of iemand van scheerschuim voorzien’. Karwijn is een ander woord voor de specerij komijn of kummel, een ingrediënt dat veel gebruikt wordt in zuurkool en soepen. Als een leerling-kok dan bijvoorbeeld een potje karwijnzaad in zijn broekzak had zitten en de zuurkool moest worden bereid, dan zei de chef-kok: ‘Haal die kummel uit je broek’, en dan wist de leerling wat hem te doen stond.

Dus wanneer een hoge ambtenaar van justitie tijdens een haringparty zich laat ontvallen: ‘Als ik haar zie, zal ik dat mens van HR een flinke zeig in de karwijn dampen, potverdimme’, dan bedoelt hij eigenlijk dat hij bij een op de afdeling personeelszaken werkzaam persoon een groot stuk in kummel gesmoord vlees zal voorzien van scheerschuim.

 

RONALD SNIJDERS
(column uit het februari/maartnummer van Onze Taal)

 


Alsjeblieft, deze column kreeg je cadeau!

Deze column uit het februari/maartnummer (2022) van Onze Taal werd je gratis aangeboden door de redactie van het tijdschrift. 
Nooit meer iets missen? Word lid van Onze Taal!