Vandaag is bekend geworden dat op 1 mei op 92-jarige leeftijd prof. dr. P.C. Paardekooper is overleden. Hij gold als een van Nederlands eigenzinnigste taalkundigen. Zijn naam is een begrip geworden door wat bekend werd als 'de methode-Paardekooper', een speciale manier van ontleden, met een geheel eigen terminologie. Hij legde die neer in zijn Beknopte ABN-syntaksis, een boek dat heruitgave na heruitgave beleefde, en uiteindelijk uitgroeide tot een turf van ruim duizend pagina's.

Bij zijn ontleding maakte hij gebruik van haakjes, accolades, strepen en dubbele strepen om zinsdelen zo eenvoudig mogelijk aan te wijzen. Ook eigen termen, zoals patroondelen, ontleden in vlakken, binnenbouw en buitenbouw, moesten daaraan bijdragen. Daarnaast ging het Paardekooper vooral om consequent 'formeel' ontleden. In een interview in Onze Taal zei hij daarover: “De klassieke spraakkunst heeft gehinkt op twee gedachtes: de formele basis en de semantische, dus de betekenis. Hoe vind je 'het onderwerp' in een zin? De formele basis is: welk zinsdeel veroorzaakt door eigen getalsverandering (enkelvoud/meervoud) verandering in de persoonsvorm? De semantische basis is: wie doet het? Maar dat is een krakkemikkige manier om het onderwerp te vinden.”

Paardekooper, die zowel in Nederland als in België promoveerde – op twee verschillende proefschriften – werkte aanvankelijk bij de lerarenopleiding in onder meer Tilburg. In 1970 werd hij hoogleraar Nederlandse Taalkunde in Kortrijk, nadat hij eerder in aanvaring was gekomen met de Belgische overheid omdat hij op de radio kritiek had geuit op de, zoals hij het noemde, “afschuwelijke agressie van Fransspekende Brusselaars tegenover Vlamingen”. Na zijn emeritaat in 1986 ging hij doceren in Leiden en Utrecht.

Behalve over zinsontleding en Nederlands in België had Paardekooper ook uitgesproken ideeën over bijvoorbeeld het Afrikaans, dat hij teloor zag gaan, en over de in zijn ogen veel te grote rol van het Engels in Nederland. Die kwesties behandelde hij geregeld in artikelen voor Onze Taal, waarin ook op een andere manier zijn eigengereidheid bleek. Er is in Onze Taal nog nooit een andere auteur geweest wiens artikelen konden eindigen met dít nootje: “De auteur weet van het verschil tussen hij en ie, als en dan, etc., maar stelt er prijs op zijn eigen keuze te maken.”

Redactie Onze Taal