Ironie levert een hoop gedoe op. Het maakt tweets, talkshows en comedyshows regelmatig tot onderwerp van debat. Toch is de stijlfiguur iets om te koesteren.

Tekst: Lotte Wijbrands
Illustraties: Olivier Heiligers

In principe wantrouw ik mensen die zeggen van ironie te houden. Die term wordt door sommigen namelijk nogal eens gebruikt om zich achter te verschuilen na dubieuze uitspraken. Ik denk bijvoorbeeld aan Thierry Baudet, die in een interview zegt dat vrouwen minder excelleren dan mannen, minder ambitie hebben en meer interesse hebben in “familie-achtige dingen en zo”, om zich vervolgens te verweren door te zeggen dat het maar ironie was. Niet cool.

Het probleem is echter: ik houd ontzettend van ironie. Vooral in cabaret en comedy. Ik begon me dat te realiseren toen ik vier jaar geleden mijn masterscriptie over oudejaarsconferences schreef. Inmiddels zou ik willen betogen dat er geen manier is om je zorgvuldiger uit te drukken dan met ironie.

‘Bedankt’

Sarcasme is de scherpste variant van ironie. Je zegt er het tegenovergestelde mee van wat je bedoelt. Denk aan een opmerking als ‘Wat een heerlijk weer’ als het regent. Of aan het liedje ‘Bedankt’ van Peter van Rooijen. Rammend op de lage pianotoetsen zingt hij: “Bedankt voor je bijdrage aan de discussie / bedankt voor het verspillen van ieder zijn tijd / mooi dat je je mening hebt gegeven / ondanks je gebrek aan deskundigheid”. Voor het publiek is het meteen duidelijk dat Van Rooijen niet letterlijk meent wat hij zingt. Als je dat niet al in de gaten had door zijn droge, chagrijnige stem, dan merkte je wel het contrast op tussen bedankt en verspillen. Het kost weinig moeite om het liedje te interpreteren: hij bedoelt het tegenovergestelde. Toch had hij niet net zo goed kunnen zingen wat hij wél bedoelt. Het sarcasme voegt een bijtende ondertoon toe die je zónder moeilijk kunt bereiken.

Daarnaast zijn er mildere vormen van ironie – en die zijn eigenlijk het interessantst. Bij ironie is er altijd een afstand tussen wat je zegt en wat je bedoelt, maar dat hóéft niet per se het tegenovergestelde te zijn. Stand-up comedian Bo Burnham begint zijn Netflix-special Inside met een liedje getiteld ‘Content’: “I’m sorry I was gone / but look, I made you some content”.

“I made you some content” is niet sarcastisch. Hij hééft immers content gemaakt. Toch voel je dat er iets met die zin aan de hand is. Content is een merkwaardig zakelijk woord voor een anderhalf uur durende show waar de maker ongetwijfeld zijn ziel en zaligheid in heeft gelegd. Door het gebruik van dat woord creëert hij afstand tot wat hij net zelf zong. Het is aan de kijker om te interpreteren waarin die afstand ’m precies zit. Misschien wil hij uitstralen dat hij zichzelf niet zo serieus neemt. Misschien neemt hij subtiel socialmedia-influencers op de hak die de term wél serieus gebruiken. Er zit een extra laagje betekenis in, al weet je niet precies wat dat is.

De tegenpartij

Waar sarcasme vaak redelijk goed te herkennen is, is subtielere ironie veel lastiger te ontdekken. Je hebt meer kennis en meer context nodig, en zelfs dan blijft het een kwestie van interpreteren. Als je niet weet dat Bo Burnham een comedian is, of als je gewoon niet zo bekend bent met zijn werk, kan het zo gebeuren dat de ironie langs je heen gaat. Sterker nog, het gáát langs mensen heen. Het zinnetje “Here comes the content” wordt namelijk regelmatig gebruikt in filmpjes op TikTok; gewoon om aan te duiden dat de content eraan komt. Er zullen vast tiktokkers zijn die hier de grap van inzien, maar ik denk dat een aanzienlijk deel van hen zich helemaal niet bewust is van de oorspronkelijke ironische toon. Dat geeft natuurlijk niks. Een deel van de lol van ironie zit ’m erin dat niet iedereen het doorheeft. En omdat Burnham juist kritiek lijkt te hebben op dit soort ‘content’, is het grappig (ironisch!) dat het precies zo gebruikt wordt.

Maar het is niet altijd zo onschuldig. Soms is het namelijk niet om het even of iemand de ironie doorheeft of niet. Stel, je hoort Jeroen van Merwijks ‘Alle mannen moeten dood’ (“Alle mannen moeten dood / Nou zul je zeggen, alle mannen? / Ja, dat zie ik groot.”) en je ziet er een soort oproep in, dan is dat, nou ja, problematisch. Dat is nog een vrij hypothetisch voorbeeld, maar denk dan maar eens aan Van Kooten en De Bies ‘De Tegenpartij’ (“Samen voor ons eigen”), die op een gegeven moment doodserieuze aanhangers kreeg: mensen die de ironie gemist hadden. Soms is het dus wél een probleem als ironie verkeerd begrepen wordt. En in een tijd waarin mensen bloedserieus beweren dat de aarde plat is en de paus een reptiel, is het helemaal niet gek dat er af en toe verwarring ontstaat.

Niet zo leuk

Bedenkelijk wordt het als ironie als dekmantel gebruikt wordt voor dubieuze uitspraken. Als iemand iets de wereld in slingert wat jij schadelijk of eng vindt, om er vervolgens na kritiek meteen weer afstand van te nemen met ‘Nee, maar het was ironisch’, dan is die ongrijpbaarheid van ironie niet zo leuk meer. Want je kunt iemand onmogelijk vastpinnen op zijn of haar uitspraak en je kunt geen discussie voeren over of kritiek leveren op gedachtegoed waar je het mee oneens bent.

Toch denk ik dat dat geen recht doet aan wat ironie eigenlijk is. Het feit dat iets ironisch bedoeld is, betekent niet dat het op magische wijze ontdaan is van alle betekenis. Als Burnham het woord content gebruikt, is dat wellicht niet serieus, maar het is duidelijk ook niet willekeurig. Als Van Merwijk zingt dat alle mannen dood moeten, vindt hij dat natuurlijk niet echt, maar hij vindt wel íéts. Op humoristische wijze levert hij er kritiek op dat mannen zo veel op seks uit zijn. (“Maar al is-ie nog zo lui, voor één ding heeft-ie altijd tijd / dat er iets van hem in iets van iemand anders glijdt.”)

En als cabaretiers Niels van der Laan en Jeroen Woe in hun liedje over de toeslagenaffaire allerlei politici laten zeggen dat zij geen schuld hebben (“Ik was het nie”), bedoelen ze uiteraard niet dat er niemand schuld heeft. Maar wederom: ze bedoelen wel íéts, namelijk dat het belachelijk is dat niemand een keer verantwoordelijkheid neemt. Ironie verwijdert geen betekenis, het verandert de betekenis. Wie dus iets controversieels zegt en daarop aangesproken wordt, pleit zich niet vrij door te roepen dat het maar ironie was. Want er is iets wat je wél bedoelde, en dat moet je in geval van nood kunnen uitleggen. Niet leuk, en volgens mij gebeurt het zelden, maar het is wel mogelijk. Als het niet mogelijk is, was het blijkbaar zo ironisch niet.

Finkers

Met ironie moet je dus verantwoord omgaan. Maar al met al is deze stijlfiguur fantastisch. Omdat je met ironie iets kunt wat op geen enkele andere manier kan: je kunt er twee dingen tegelijkertijd mee zeggen. Een voorbeeld: in 2015 doet Herman Finkers de oudejaarsconference. Hij komt het podium op, heet het publiek in de zaal en voor tv welkom en zegt: “Wij zijn nu rechtstreeks op de vaderlandse zender.” Dat klopt: de voorstelling wordt op oudejaarsavond live uitgezonden op de Nederlandse Publieke Omroep. Dat zinnetje is slim, want zo maakt hij meteen een ‘wij’ van het publiek. 

Subtiel benadrukt hij dat iedereen (die kijkt) tegelijkertijd hetzelfde ziet, iets wat nou juist zo leuk is aan de oudejaarsconference. Toch is het zinnetje ook ironisch, en dat komt door het woord vaderlands. Het valt op omdat het een beetje erg archaïsch is, en ook de toon en gezichtsuitdrukking van Finkers zijn niet helemaal neutraal. Dat ironische zweempje voegt op zichzelf ook betekenis toe. Iets van: dat hele nationale karakter is ook een beetje gek. Alleen al met zo’n mini-zinnetje kan Finkers twee vrij verschillende dingen heel subtiel naar voren brengen.

Ik schreef eerder dat ironie de betekenis verándert in plaats van verwíjdert, maar eigenlijk zit het dus nog anders. Ironie voegt betekenis tóé. Literatuurwetenschapper Steven Zwicker schrijft dat door ironie uiteenlopende verhalen tevoorschijn kunnen komen uit één narratief, oftewel: met ironie kun je meerdere gezichtspunten in één uiting stoppen. Je kunt een punt maken en dat tegelijkertijd een beetje aan het wankelen brengen. Zoals het nationale karakter van de oudejaarsconference, dat Finkers tegelijkertijd bevestigt en ondermijnt.

Dat is een briljante mogelijkheid, want de werkelijkheid zelf is niet eendimensionaal, dus het is gek om te denken dat je alleen met eenduidige zinnen de waarheid kunt spreken. Ironie kan een gelaagdheid geven die anders volstrekt onmogelijk is. Er is geen manier waarop er zo veel nuance past in één zin. Als het zorgvuldig en doordacht wordt ingezet, maakt ironie de dingen méér waar. Niks ‘het was maar een grapje’, het was júíst een grapje! Willen we de wereld echt begrijpen, dan kunnen we maar het best alleen nog ironisch spreken.

Wat ironisch!'

Als mensen zeggen dat een feit of gebeurtenis ‘ironisch’ is, dan hebben ze het niet over de ‘verbale ironie’, waarover het in dit artikel gaat, maar over ‘situationele ironie’. Het gaat dan om situaties die iets tegenstrijdigs hebben, vaak op een grappige of wrange manier. Denk bijvoorbeeld aan de woedende man die een EU-vlag in brand wilde steken, maar daarin faalde omdat door EU-regels vlaggen niet brandbaar zijn. Of aan die keer dat het wetenschappelijke tijdschrift MIT Technology Review in een artikel schreef dat alle hipsters op elkaar lijken. Een boze hipster reageerde dat het artikel onzin was en hij geen toestemming had gegeven om zijn foto bij het artikel te gebruiken. Het bleek geen foto van de desbetreffende man te zijn, maar van, inderdaad, iemand die heel erg op hem leek.

 


Dit artikel uit het februari/maartnummer van Onze Taal bieden we u gratis aan.

Wilt u meer artikelen lezen? Overweeg dan lid te worden van Onze Taal. Daarmee ontvangt u niet alleen ons tijdschrift, maar u helpt ons ook om plezier in en informatie over taal verder te verspreiden.