Het taalonderwijs voor migranten is onvoldoende op de praktijk gericht, en de taalvereisten op de arbeidsmarkt zijn te streng. Dat stelt Fatma Arikoglu, die verbonden is aan het Vlaamse kenniscentrum voor gender en etniciteit Ella. 

Ella deed een verkennend onderzoek in Vlaanderen naar de ervaringen van vrouwen met Nederlands als tweede taal. Hieruit komt naar voren dat de vrouwen vinden dat de taallessen te ver van het echte leven af staan. Er gaapt volgens hen een grote kloof tussen de klas en de realiteit.

Arikoglu concludeert dat de klassieke weg, waarbij nieuwkomers eerst Nederlands moeten leren en vervolgens pas een baan kunnen zoeken, achterhaald is. Het is veel zinvoller om combinatietrajecten aan te bieden, waarbij nieuwkomers zowel de taal leren (in de klas) als de taal toepassen (op de werkvloer). (Knack, Ella)

Vorige Volgende