Afgelopen najaar is op de Radboud Universiteit een enquête over de taalvaardigheid van studenten uitgezet onder docenten. Het blijkt dat docenten taalvaardigheid zien als een knelpunt bij studenten, met name de schrijfvaardigheid.

Volgens Franke Teunisse, programmamanager toetsing bij Radboud in’to languages, geeft het onderzoek inzicht in de ervaringen en wensen van docenten: “Zij geven aan dat studenten vaak niet op het gewenste taalniveau zitten als ze instromen op de universiteit. Ze hebben moeite met redeneren en structuur aanbrengen, terwijl dat belangrijke vaardigheden zijn.”

Middelbare scholen krijgen hier vaak de schuld van volgens Teunisse, maar ook de universiteit heeft een taak in het verbeteren van de taalvaardigheid: “Waar eindigt het voortgezet onderwijs en begint academisch onderwijs? Je hoort weleens dat het voortgezet onderwijs niet goed genoeg zou zijn, maar ik weet niet of dat zo is. Er moet op de universiteit ook nog aan die taalvaardigheid geschaafd worden.” Teunisse merkt wel op dat er in het middelbaar onderwijs minder aandacht is voor schrijfvaardigheid, omdat het eindexamen gericht is op tekstverklaring.

Daarnaast heerst er een hardnekkig beeld dat jongeren steeds nonchalanter met taal omgaan. Teunisse stelt dat dit mogelijk een gevolg is van de diverse schoolpopulatie en de aanwezigheid van spellingcontrole op elektronische apparaten, maar dat er nog geen onderzoek is dat aantoont dat het taalniveau ook werkelijk omlaaggaat.

Projectleider taalbeleid bij Academic Affairs Inez Vereijken vult aan dat het wel duidelijk is dat een slechte taalvaardigheid een probleem is: “Binnen een academische opleiding moet je goed kunnen redeneren, samenvatten en kritisch analyseren. Als je daar veel moeite mee hebt, maakt dat je studie veel zwaarder.”

Onder leiding van hoogleraar Nederlands en Academische Communicatie Marc van Oostendorp gaat de faculteit Letteren taaltoetsen vergelijken en onderzoeken hoe het nu écht gesteld is met de taalvaardigheid van studenten.

Bron: Vox

Vorige Volgende