Al jarenlang is bekend dat het taalgen FOXP2 een cruciale rol speelt bij de verwerving van taal. Mensen met een beschadigd taalgen hebben ook last van taal- en spraakstoornissen. Hoe het taalgen precies werkt, is niet bekend, maar nieuw onderzoek van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen brengt de doorgronding van het gen weer een stapje dichterbij. Uit tests met hersenweefsel van muizenembryo’s blijkt dat hoe meer het taalgen geactiveerd werd, hoe beter de ‘bedrading’ van het brein wordt aangelegd. “Wellicht levert het aanknopingspunten op voor de behandeling van veelvoorkomende spraakproblemen”, aldus Max Planck-onderzoeker Simon Fisher vandaag in de Volkskrant (niet online). 
(Science)

 

Vorige Volgende