Kinderen met autisme en daarnaast een verstandelijke beperking hebben meer problemen met het begrijpen van taal dan met het gebruiken ervan. Dat blijkt uit onderzoek van orthopedagoge Jarymke Maljaars, die dinsdagmorgen aan de Universiteit Leiden promoveerde. 

Volgens Maljaars communiceren kinderen met autisme en een verstandelijke beperking minder dan andere kinderen. Ze gebruiken communicatie slechts om duidelijk te maken wat ze wel of niet willen en niet zozeer om interesses te delen. Sommige kinderen doen wel pogingen om te communiceren, maar slagen er niet in om duidelijk te maken wat ze willen overbrengen. "Normaal gesproken leren 
kinderen eerst de betekenis van een woord, voordat ze het woord zelf gaan gebruiken. Kinderen met autisme en een verstandelijke beperking daarentegen begrijpen over het algemeen minder dan ze kunnen zeggen”, aldus de promovenda.

Behalve met woordbegrip heeft een deel van de kinderen met autisme en een verstandelijke beperking volgens Maljaars moeite met 
de symbolische aspecten van taal en communicatie. Ze begrijpen bijvoorbeeld nog niet dat een woord of een afbeelding naar iets anders verwijst en kunnen daardoor niet op dezelfde manier communiceren als anderen. "Op scholen en kinderdagverblijven worden er voor kinderen met autisme vaak pictogrammen gebruikt om de communicatie te verduidelijken. Maar mensen realiseren zich meestal niet dat een pictogram evenals een woord een symbolisch karakter heeft", geeft Maljaars aan. Voor hen zijn volgens de Leidse promovenda andere strategieën nodig om een activiteit aan te kondigen, een volgorde van activiteiten aan te geven of een taak uit te leggen. (Reformatorisch Dagblad)

Vorige Volgende