De mate waarin bedrijven duurzaam ondernemen, wordt onder andere beïnvloed door het onderscheid dat in de voertaal gemaakt wordt tussen tegenwoordige en toekomende tijd. Dat is een van de conclusies in het proefschrift van econoom Hao Liang, verbonden aan de Universiteit van Tilburg.

Volgens Liang gaat het vooral om de mate waarin talen speciale grammaticale regels hebben voor de toekomende tijd. Zo heeft het Engels een aparte werkwoordsvorm nodig voor de toekomende tijd ('It will be cold tomorrow'), terwijl het Nederlands en het Duits ook de tegenwoordige tijd kunnen gebruiken ('Morgen is het koud', 'Morgen ist es kalt').

Dit grammaticale verschil lijkt een psychologisch effect te hebben: in talen zoals het Engels lijkt de toekomst verder weg te staan. Liang toont aan dat bedrijven met een dergelijke voertaal minder aandacht hebben voor duurzaam ondernemen dan bedrijven met een voertaal waar de toekomende tijd niet verplicht is.

In 2011 deed een Amerikaanse hoogleraar in de economie onderzoek naar de relatie tussen de toekomstigetijd-werkwoordsvormen van een taal en de spaarzin van de sprekers van die taal (met vergelijkbare uitkomsten). Taalkundigen ontvingen zijn theorie met de nodige scepsis.

Vorige Volgende