Uit recent onderzoek blijkt dat de relatie tussen woordvorm en woordbetekenis minder willekeurig is dan vaak wordt gedacht. De onderzoekers - onder wie de Nijmeegse taalkundige Mark Dingemanse - analyseerden een groot aantal talen, en stelden vast dat willekeur een belangrijke rol speelt, maar dat er nog twee andere aspecten zijn: iconiciteit en systematiek.

Met iconiciteit wordt bedoeld dat de woordvorm iets zegt over de betekenis. Een voorbeeld: in het Siwu, een Afrikaanse taal, is pimbilli een kleine buik, en pumbiluu een ontzettend grote buik. Dit komt overeen met de associaties die veel mensen met deze woorden hebben: pumbiluu betekent voor het gevoel eerder iets als 'dik' dan iets als 'mager' (en voor pimbilli geldt het omgekeerde).

Een voorbeeld van systematiek is het mechanisme om in het Nederlands zelfstandige naamwoorden af te leiden van werkwoorden: onderzoeken wordt onderzoeker, hardlopen wordt hardloper en schrijven wordt schrijver. Omdat dit een veelgebruikt procedé is, is er een duidelijke relatie tussen de vorm (het woord eindigt op -er) en de betekenis ('iemand die datgene doet wat het werkwoord uitdrukt').

Volgens de onderzoekers is taal minder willekeurig dan wordt aangenomen, en kunnen de klank en de vorm van woorden iets zeggen over hun betekenis en hun grammaticale functie. (Kennislink, EurekAlert)

Vorige Volgende