Praten tegen baby's van twee à drie maanden oud kan uiteindelijk bijdragen aan een betere taalverwerving, blijkt uit promotieonderzoek van Karin Wanrooij.

Baby's nemen al na een half jaar spraakklanken waar op een taalspecifieke, aan de moedertaal aangepaste manier. Nederlandse baby's leren dan bijvoorbeeld steeds beter het verschil te horen tussen de r en de l (in tegenstelling tot bijvoorbeeld Japanse baby's, voor wie dat onderscheid niet nodig is). Baby’s die deze ontwikkeling niet goed doormaken, lopen het risico om later problemen te krijgen met hun taalverwerving.

Wanrooij toont in haar onderzoek aan dat praten tegen jonge baby's, van twee à drie maanden oud, al kan bijdragen aan het ontstaan van deze zogeheten taalspecifieke spraakperceptie. De baby's hebben het vermogen om te leren van de spraak in hun omgeving, zonder hier instructies of feedback over te krijgen.

Karin Wanrooij promoveert donderdag 23 april aan de Universiteit van Amsterdam.

Vorige Volgende