Uit recent onderzoek blijkt dat politici van wie de naam erg goed bij hun gezicht past, bij verkiezingen hoger scoren dan politici die een naam hebben die helemaal niet bij hun gezicht past. De Nieuw-Zeelandse psychologen David Barton en Jamin Halberstadt bouwden in hun onderzoek voort op het Bouba/Kiki-experiment over de relatie tussen woordvorm en betekenis. Ze lieten proefpersonen namen geven aan overdreven ronde en hoekige gezichten. In negentig procent van de gevallen kreeg een rond gezicht ook een ‘ronde’ naam, zoals Bob of Lou, en een hoekig gezicht een ‘hoekige’ naam, zoals Pete of Kirk.

Uit een vervolgonderzoek bleek dat mensen iemand aardiger vinden als zijn naam past bij de vorm van zijn gezicht. Barton en Halberstadt bekeken vervolgens of dit effect ook terug te zien is bij de verkiezingen. Ze bepaalden van 158 Amerikaanse senatoren de 'rondheid' van hun naam en hun gezicht, en bekeken hierna de verkiezingsuitslagen. Senatoren van wie de naam erg goed bij hun gezicht past, scoorden gemiddeld tien procentpunten hoger dan collega’s van wie de naam totaal niet overeenkomt met de gezichtsvorm. 

De onderzoekers sluiten niet uit dat er ook andere redenen ten grondslag kunnen liggen aan de hogere score van de politici, maar stellen toch dat namen van invloed kunnen zijn. Halberstadt: “De vorm van een gezicht schept verwachtingen over de naam die erbij hoort. Als die verwachtingen geschonden worden, heeft dat gevolgen voor complexe sociale oordelen, waaronder stemgedrag.” (Kennislink)

 

Vorige Volgende