In het zomernieuws doken de afgelopen week twee artikelen op over ‘rare talen’: een Turkse fluittaal en een bepaald niet genderneutrale taal uit Nigeria.

De fluittaal wordt gebruikt door Turkse theeplanters in de bergen nabij de kust van de Zwarte Zee. Ze fluiten volledige zinnen met een kop en een staart, en kunnen zo over grote afstanden met elkaar communiceren. Fluittalen komen overigens meer voor bij bergvolken – een bekender voorbeeld is het Silbo van La Gomera. (NOS)

De andere taal die de media haalde, was het Ubang, de taal van een Zuid-Nigeriaanse boerengemeenschap. Deze taal kent genderbepaalde varianten van veel (maar niet alle) zelfstandige naamwoorden. Zo noemen de vrouwen een yam (een bepaalde knollensoort) ‘irui’, en de mannen ‘itong’. Mannen en vrouwen begrijpen elkaars woordenschat wel. De verklaring wordt gezocht in de vrij sterke scheiding van de seksen binnen de Ubang-gemeenschap. (BBC)

De aantallen sprekers van beide talen lopen sterk terug.

Vorige Volgende