Afgelopen zaterdag verscheen in NRC Handelsblad een stuk van schrijver en cabaretier Hans Dorrestijn over het verdwijnen van de verkleinwoorden van vogelnamen in een vogelgids. In die gids heet bijvoorbeeld een roodborstje roodborst en een winterkoninkje winterkoning.

Dorrestijn heeft er geen goed woord voor over en noemt het “zinloze taalvernietiging”. Hij vindt dat “niemand het recht heeft de verkleinwoorden uit de vogelgidsen en dus uit de taal te bannen”. Hij besluit zijn betoog met “Was er maar een taalrechtbank, dan begon ik een proces. Ik wil mijn Bladkoninkje terug en mijn lieve kleine Wouwaapje!”

Marc van Oostendorp heeft op zijn beurt weer geen goed woord over voor Hans Dorrestijn: “In de eerste plaats legt Dorrestijn nergens uit wie dat 'verbod' op roodborstje heeft uitgevaardigd, en waarom we ons eraan zouden moeten houden. Daar komt nog bij dat er niet veel voor nodig is om te zien dat de verontwaardiging van Dorrestijn over de modieuze nieuwigheid van die woorden volkomen misplaatst is.” Zo zijn de woorden roodborst en winterkoning al terug te vinden in teksten uit de 18e en 19e eeuw. (Neder-L)

 

Vorige Volgende