Bij onze taalontwikkeling speelt imitatie een belangrijke rol: baby's leren klanken door ze vaak te horen en vervolgens na te bootsen. De taalperceptie (het verstaan van klanken) is dus van invloed op de taalproductie (het maken van klanken).

Bij volwassenen is ook het omgekeerde het geval, namelijk dat de taalproductie invloed heeft op de taalperceptie: klanken die we zelf niet kunnen maken, kunnen we ook moeilijk horen. Zo horen Nederlanders die nooit Engelse les hebben gehad, doorgaans geen verschil tussen sought en thought: de th-klank klinkt voor hen altijd als een s.

Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat ook bij zeer jonge kinderen de taalproductie van invloed is op de taalperceptie. Als baby's van zes maanden fysiek niet in staat zijn om een klank te produceren (bijvoorbeeld doordat ze een bijtring in hun mond hebben), lijken ze de klank ook niet goed waar te nemen. (Kennislink)

Vorige Volgende