Turkse en Marokkaanse jongeren spreken een variant van het Nederlands die kenmerken vertoont van hun moedertaal. Een voorbeeld is de 'scherpe' uitspraak van de z die afkomstig is uit de Marokkaanse talen, maar ze gebruiken ook woorden en constructies die niet of nauwelijks bij autochtone Nederlanders voorkomen. Onderzoek van een Nijmeegse taalkundige wijst uit dat die Marokkaanse en Turkse etnolecten per regio verschillen, en kenmerken vertonen van het dialect van die streek. In Amsterdam zeggen ze bijvoorbeeld eerder 'kaaken' in plaats van 'kijken', en in Nijmegen 'keeken'.

Uit het onderzoek blijkt ook dat Turkse en Marokkaanse jongeren hun uitspraak onbewust aanpassen aan hun gesprekspartner. Wanneer ze met een autochtoon spreken is hun uitspraak standaardtaliger dan wanneer ze met iemand praten die dezelfde achtergrond heeft als zijzelf. (De Gelderlander)

Vorige Volgende