Utrechtse taalwetenschappers hebben een hulpmiddel ontwikkeld voor docenten die Nederlands als tweede taal onderwijzen (NT2-docenten). Nieuwkomers die Nederlands leren lopen niet alleen tegen ‘algemene’ moeilijkheden van onze taal aan, maar ook tegen problemen die ‘moedertaalspecifiek’ zijn. Zo zal iemand van Turkse afkomst waarschijnlijk meer moeite hebben met het verschil tussen hij en zij, omdat dit onderscheid in het Turks niet bestaat. En omdat het Russisch geen lidwoorden kent, zal iemand van Russische afkomst juist daar problemen mee ervaren.

Voor NT2-docenten is het lastig om al deze verschillen te kennen én erop in te spelen. De ontwikkelde app moet hen daarbij helpen, door informatie te bieden over veelvoorkomende migrantentalen (zoals Arabisch, Pools en Turks) en de verschillen tussen deze talen en het Nederlands. Daarnaast bevat de app oefeningen die zijn afgestemd op moedertaalspecifieke problemen. 

De app is voorlopig alleen beschikbaar als webapplicatie en is te vinden via www.moedint2.nl


Zie ook het artikel ‘Ploeteren op keelklanken. Hoe Arabisch leren leidt tot meer begrip voor inburgeraars’ in Onze Taal, januari 2018.  

Vorige Volgende