Wat is de houding van Nederlanders en Duitsers ten opzichte van het Engels in het dagelijks leven, en waar verschillen de twee volken in hun houding? Dat was de kernvraag van een recent onderzoek dat onder vierduizend Duitsers en Nederlanders is uitgevoerd.

Vrijwel alle respondenten vonden het Engels nuttig, en zagen er geen bedreiging van de eigen taal in. De Duitsers hebben meer vertrouwen in de status van hun moedertaal dan de Nederlanders, bij wie hier en daar ook een zekere vermoeidheid ten opzichte van het Engels merkbaar was: ze vinden dan dat de taal te ver is doorgedrongen. Overigens bleek de waardering voor het Engels gemiddeld hoger naarmate de respondenten jonger, 'stedelijker' en hoger opgeleid waren. Ook de mate waarin men zelf het Engels machtig was, bleek van positieve invloed op de waardering. (Neerlandistiek)

 

Vorige Volgende