Mensen zijn eerder geneigd om ‘nee’ of ‘oneens’ te antwoorden op negatieve vragen (als 'Moet de regering softdrugs verbieden?'), dan ‘ja’ of ‘eens’ op positieve vragen (als 'Moet de regering softdrugs toelaten?'). Naomi Kamoen deed promotie-onderzoek naar de oorzaak hiervan. Hieruit bleek dat mensen niet bij het lezen van de vraag al een antwoord formuleren, maar pas bij het lezen van de antwoordopties. De manier waarop de antwoordopties worden geïnterpreteerd blijkt afhankelijk van het woord dat in de vraagstelling gebruikt wordt. De betekenis van ja + toelaten is daardoor anders dan die van nee + verbieden. (Kennislink)

Vorige Volgende