In heel (Noord-)Europa ontstaan onder jongeren in de steden nieuwe 'dialecten' van het soort dat in Nederland wel 'straattaal' wordt genoemd. Die nieuwe talen hebben opvallend veel met elkaar gemeen. Niet alleen lijken de namen op elkaar (deze verwijzen vaak naar stadswijken), maar ook de woorden (in heel Europa begrijpt iedereen onder de dertig wat jalla jalla betekent), en zelfs in de grammatica groeien de talen op de straten van Europese steden op het eerste gezicht naar elkaar toe (het grammaticaal geslacht staat overal onder druk).

Maar Marc van Oostendorp denkt toch niet dat al onze talen uiteindelijk op elkaar gaan lijken, omdat mensen zich met taal onderscheiden. Jongeren praten bewust anders om te laten zien dat ze anders zijn, dat ze erbij horen. En zolang taal die belangrijke functie heeft, is het onwaarschijnlijk dat we ooit allemaal hetzelfde zullen praten. (Neder-L)

 

Vorige Volgende