Sommige politici praten ingewikkeld – in lange zinnen met moeilijke woorden – terwijl andere politici juist kort en helder spreken. Dit onderscheid is mede te verklaren op grond van de politieke ideologie die zij aanhangen, aldus een onderzoeksteam van de UvA. Dat analyseerde ruim 380.000 speeches van politici in verschillende Europese landen over de periode 1946-2017.

Het blijkt dat politici die links zijn in hun culturele opvattingen – over onderwerpen als immigratie, EU, abortus en euthanasie – complexere taal gebruiken dan cultureel rechtse politici. Deze resultaten werden gevonden voor verschillende landen, voor verschillende speeches en bij verschillende soorten politici.

Een mogelijke verklaring voor dit gegeven is dat politici hun taalgebruik afstemmen op de voorkeuren van hun kiezers. Korte en eenduidige zinnen zouden cultureel rechtse personen meer aanspreken, omdat zij meer behoefte hebben aan helderheid en dus stelligere statements. Samengestelde zinnen met meerdere bijzinnen bevatten vaak dubbelzinnigheden, wat deze zinnen aantrekkelijk zou maken voor cultureel linkse mensen, omdat zij toleranter staan tegenover statements die op verschillende manieren kunnen worden uitgelegd. (Persbericht)

Overigens is er wel vaker onderzoek gedaan naar de verschillen in taalgebruik tussen links en rechts. De taalkundige George Lakoff wees er in 2003 al op dat de Amerikaanse (rechtse) liberalen veel beter waren in het framen van hun boodschap dan de (linksere) democraten.

In mei 2018 schreef Jan Kuitenbrouwer in Onze Taal een column over het schelden bij links (saai) en rechts (kleurrijk).

Vorige Volgende