Mensen lijken beter te zijn in het spreken van een (pas aangeleerde) tweede taal nadat ze een kleine hoeveelheid alcohol hebben gedronken. Dat stellen Nederlandse en Engelse wetenschappers op basis van een onderzoek naar de taalvaardigheid van Duitsers die onlangs Nederlands hebben geleerd.

De helft van de proefpersonen kreeg een drankje met een lage hoeveelheid alcohol, afgestemd op het lichaamsgewicht (zo’n 460 milliliter bier voor een man van 70 kilo). De andere helft fungeerde als controlegroep en bleef nuchter. Vervolgens werd met elke deelnemer een gesprek gevoerd in het Nederlands en werden deze gesprekken beoordeeld door onder meer Nederlandse moedertaalsprekers die niet wisten of de proefpersoon alcohol had gedronken of niet. Uit de analyse bleek dat de mensen die alcohol hadden gedronken aanzienlijk beter werden beoordeeld op hun kennis van het Nederlands dan de nuchtere proefpersonen, vooral op het gebied van uitspraak. 

Volgens Jessica Werthmann, een van de onderzoekers, is het mogelijk dat het verschil wordt veroorzaakt doordat alcohol angstremmend werkt. Om dit idee te kunnen bevestigen is meer onderzoek nodig. (Nu.nl)

Vorige Volgende