Kinderen die waarom-vragen te beantwoorden krijgen, leren daardoor de betekenis van woorden als want en omdat en het verschil daartussen. En als ze zich die woorden eenmaal eigen gemaakt hebben, gaan ze zelf waarom-vragen stellen. Taalkundige Rosie van Veen deed hier onderzoek naar, en vergeleek in haar onderzoek ook Engelse, Duitse en Nederlandse kinderen met elkaar. Daaruit bleek dat Duitse en Engelse kinderen wat sneller zijn met het leren van weil en because, maar die hoeven dan ook niet het verschil tussen want en omdat te leren. (Kennislink)

Vorige Volgende