Mensen bij wie geuren kleurassociaties oproepen (‘geur-kleursynestheten’), zijn beter in het onderscheiden én benoemen van geuren en kleuren dan mensen zonder deze vorm van synesthesie. Dat blijkt uit Nijmeegs onderzoek van psycholoog Laura Speed en taalkundige Asifa Majid.

Bij mensen met synesthesie vermengt hun brein zintuiglijke waarnemingen met elkaar: ze associëren bijvoorbeeld letters met kleuren, of geuren met kleuren. Speed en Majid, die momenteel bezig zijn met een onderzoek naar ons vermogen om geuren te benoemen, vroegen zich af of geur-kleursynestheten anders denken en praten over geuren. Uit hun onderzoek blijkt dit inderdaad het geval te zijn: de synestheten waren beter in het onderscheiden en benoemen van geuren en kleuren dan de niet-synestheten. “Dit laat zien dat mensen een groter potentieel hebben om geuren te beschrijven dan werd aangenomen en dan we gewoonlijk zien bij westerse proefpersonen. Dat is een belangrijk inzicht om ons meest verwaarloosde zintuig, de reuk, te begrijpen”, aldus Speed. (Radboud Universiteit)

Vorige Volgende