Een groep Britse en Amerikaanse wetenschappers stelt dat de taal mogelijk is ontstaan toen mensen een nieuw soort gereedschap gingen maken. 2,5 miljoen jaar geleden gebruikten onze vroege voorvaderen zogenoemde Oldowan-gereedschappen, die ze maakten van scherpe steenscherven. Dit gereedschap bleef ongeveer 700 duizend jaar vrijwel onveranderd, waarna een nieuwe soort ontstond: peervormige vuistbijlen (de Acheuléen-gereedschappen).

De onderzoekers concluderen naar aanleiding van de lange periode van stilstand dat onze voorvaderen niet met elkaar hebben gesproken. "Als ze taal hadden gehad, zouden ze sneller nieuwe technieken hebben ontwikkeld", zegt onderzoeksleider Thomas Morgan. Dat de Acheuléen-techniek ontstond, duidt er volgens de onderzoekers op dat mensen een manier van lesgeven hadden ontwikkeld en mogelijk ook een taal. (de Volkskrant)

Vorige Volgende