Geert Wilders presenteert zijn politieke opvattingen sinds 2007 steeds vaker als feiten. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Maarten van Leeuwen, dat gericht is op de vraag in hoeverre de stijl van een spreker bijdraagt aan de politieke beeldvorming.

Van Leeuwen bestudeerde het taalgebruik van Geert Wilders (PVV) door parlementaire toespraken uit de periode 2004-2007 te analyseren. Hij toont onder andere aan dat Wilders vanaf 2007 significant minder bijzinsconstructies als 'Ik vind dat …' is gaan gebruiken. Hij zegt dus steeds minder vaak iets als 'Ik vind dat de islam een gewelddadige ideologie is' en vaker 'De islam is een gewelddadige ideologie.' Wilders presenteert zijn mening op deze manier als een feit, waardoor er minder ruimte is voor discussie. Volgens politicologen werden zijn ideeën in diezelfde tijd radicaler.

Maarten van Leeuwen onderzocht ook het taalgebruik van Ella Vogelaar (PvdA) en Alexander Pechtold (D66). Zijn onderzoek is onderdeel van het NWO-programma 'Stilistiek van het Nederlands'. Van Leeuwen promoveert op donderdag 16 april aan de Universiteit Leiden.

Vorige Volgende